Warning: Declaration of TCB_Menu_Walker::walk($elements, $max_depth) should be compatible with Walker::walk($elements, $max_depth, ...$args) in /home/pianoweb/public_html/wp-content/plugins/thrive-visual-editor/inc/classes/class-tcb-menu-walker.php on line 0
Noten leren lezen Archives | PianoWebsite.nl

Archive

Category Archives for "Noten leren lezen"

Noten leren lezen – Toonsoort

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

In de lessen “De muzieknoten op de G-sleutel” en “De muzieknoten op de F-sleutel” heb je geleerd hoe de ‘witte toets-noten’ in een notenbalk kunt opschrijven.

Hoe kun je ‘zwarte toets-noten’ (dus de noten met mollen en kruizen) in een notenbalk noteren?

Wat is een toonsoort? En wat zijn voortekens?

Je leert het allemaal in deze les.

Kruizen en mollen

Een noot met een kruis kan heel eenvoudig in een notenbalk worden opgeschreven door een kruis vlak voor de noot in de notenbalk weer te geven. Het midden van het kruis staat dan op dezelfde hoogte als de noot.

Dit is bijvoorbeeld een Fis (F#):

Fis

En dit is een Dis (D#):

Dis

En voor een noot met een mol schrijf je eenvoudigweg een molteken vlak voor de noot in de notenbalk.

Dit is een Ges (Gb):

Ges

En dit is een Es (Eb):

Es

Het kruis- of molteken is alleen geldig in de maat waarin deze geplaatst is (en pas vanaf het moment dat deze gebruikt wordt). Na een maatstreep verliest het kruis- of molteken zijn geldigheid.

Zo zijn de noten in de eerste maat van het volgende voorbeeld:

Fis      G      A       Fis

voorbeeld kruisteken

Maar de noten in de tweede maat zijn gewoon weer:

F      G      A      F

Het kruisteken in de eerste maat is dus alleen geldig in die maat, niet meer in de volgende maat.

Maar stel nou dat ik in de eerste maat de noten:

Fis      G      A      F

had gewild? Hoe moet je dat dan opschrijven?

Daarvoor hebben we het herstellingsteken. Het herstellingsteken annuleert een eerder in de maat gebruikt kruis- of molteken.

Dus, wil je in de eerste maat de noten:

Fis      G      A      F,

dan kun je dat als volgt weergeven:

voorbeeld herstellingsteken

Dezelfde regels gelden ook wanneer je een molteken gebruikt:

  • Een molteken is geldig vanaf het moment dat het gebruikt wordt tot het einde van de maat.
  • Je kunt een molteken annuleren met het herstellingsteken.

Toonsoort

Kijk eens naar de volgende melodie (de eerste lijn van “Roodborstje tikt tegen het raam”), die in dit geval in F majeur wordt gespeeld:

melodie in toonsoort F majeur - 1

Je ziet dat er één noot met een mol in voorkomt, de Bes (Bb). Dat is volkomen normaal, aangezien de F majeur toonladder precies één mol heeft, de Bes!

Je kunt dus verwachten dat de Bes in de rest van de melodie nog wel een aantal keer zal voorkomen, aangezien het nummer immers in F majeur staat.

En dat is inderdaad het geval. Kijk maar eens naar de volgende lijn in het stuk:

melodie in toonsoort F majeur - 2

Als ik de hele melodie van “Roodborstje tikt tegen het raam” zou weergeven, dan zou je zien dat er nog veel meer Bes’en in voorkomen.

Zou het niet veel eenvoudiger zijn om in het begin van de notenbalk aan te kunnen geven dat elke B eigenlijk een Bes is? Dan hoeven we niet elke keer het molteken weer te geven.

Wel, dat is precies wat we normaal gesproken ook doen: we  schrijven het molteken op de plaats van de B-lijn in het begin van de notenbalk tussen de sleutel (G-sleutel of F-sleutel) en de maatsoort in.

Je kunt dus nu de muziek voor “Roodborstje tikt tegen het raam” als volgt opschrijven (de eerste 2 lijnen):

melodie in toonsoort F majeur - 3

Het molteken dat tussen de sleutel en de maatsoort wordt geplaatst geldt dus voor het hele nummer!

Merk op dat niet alleen de B’s op de derde lijn van de notenbalk een Bes worden, maar alle B’s. De volgende noot is dus ook een Bes:

Bes

Kruis- en moltekens die tussen de sleutel en de maatsoort staan, geven aan in welke toonsoort een nummer staat.

In de bovenstaande voorbeelden (één molteken zodat een B een Bes wordt) is de toonsoort F majeur.

Maar pas op! Er is nog een andere toonsoort die ook alleen de Bes als zwarte toest-noot in de toonladder heeft.

Vergeet niet dat elke majeur toonladder zijn parallelle mineur heeft. Deze heeft dus dezelfde kruizen of mollen in de toonladder.

De parallelle mineur van F majeur is D mineur. De D mineur toonladder heeft ook alleen de Bes als zwarte toets-noot.

Een muziekstuk dat als volgt begint kan dus in de toonsoort F majeur of D mineur staan:

Toonsoort F majeur of D mineur

Voortekens

De kruizen of mollen die tussen de sleutel en de maatsoort worden geplaatst worden voortekens genoemd.

Elke toonsoort heeft dus zijn eigen voortekens.

Zo heeft muziek die in de toonsoort G majeur staat (en dus als zwarte toets-noot Fis bevat) het volgende voorteken:

Toonsoort G majeur of E mineur

Merk op dat hetzelfde voorteken ook voor de parallelle mineur van G majeur wordt gebruikt, dit is dus E mineur.

Opmerking: Een herstellingsteken kan ook een voorteken annuleren. Dit geldt dan alleen vanaf het moment dat het herstellingsteken gebruikt wordt tot het einde van de maat waarin het herstellingsteken voorkomt. Dit wordt in het volgende voorbeeld geïllustreerd:

Herstellingsteken

Andere toonsoorten

In een kwintencirkel kun je heel mooi en overzichtelijk alle toonsoorten (majeur en mineur) met hun voortekens weergeven:

kwintencirkel met alle toonsoorten

De volgende oefeningen zijn uitstekend om toonsoorten en voortekens onder de knie te krijgen.

Deze oefeningen zijn ook afsluitende oefeningen om noten te leren lezen. Je oefent hier dus niet alleen toonsoorten en voortekens, maar ook andere zaken die met muzieknoten lezen te maken hebben, dus bijvoorbeeld: G-sleutel en F-sleutel, ritme-oefeningen, rusten, … enzoverder.

Aanbevolen oefeningen

Muzieknoten lezen – Niveau I

Muzieknoten lezen – Niveau II

Noten leren lezen – Maatsoort

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.

De muzieknoten op een notenbalk worden onderverdeeld in maten.

Hoeveel tellen gaan er in een maat? Dat hangt van de maatsoort af, zoals je in deze les zult ontdekken.

Hoeveel noten passen er in 1 maat?

Je hoort vaak muzikanten als volgt aftellen voordat ze beginnen te spelen: 1 – 2 – 3 – 4!

Wat ze doen, is eigenlijk het aantal tellen in één maat aftellen, 4 dus.

Je zou zelfs gedurende het hele nummer “1 – 2 – 3 – 4 , 1- 2 – 3 – 4…” kunnen blijven doortellen (als tenminste de maatsoort niet verandert tijdens het nummer).

De meeste muziek bestaat uit 4 tellen per maat (maar dus niet alle muziek).

Een ander veel voorkomend aantal tellen in één maat is 3 tellen per maat. Een voorbeeld hiervan is een wals.

Deze 2 zijn de 2 meest voorkomende aantal tellen per maat, maar andere aantallen komen ook voor.

Maatsoort: vierkwartsmaat

Zoals ik al zei: de meeste muziek is geschreven in vierkwartsmaat.

In een nummer dat in vierkwartsmaat staat, zijn er 4 tellen in elke maat. Hopelijk herinner je je dat elke tel overeenkomt met een kwart noot (meestal, in ieder geval wel in vierkwartsmaat). In elke maat passen dus 4 kwart noten, vandaar dat de naam van deze maatsoort “vierkwartsmaat” is.

Om aan te geven dat een stuk in vierkwartsmaat is, schrijven we vlak na de sleutel (G sleutel of F sleutel) het volgende symbool:

vierkwartsmaat 1

Het symbool lijkt veel op de rekenkundige vier kwart ( 44 ), alleen wordt de breukstreep niet geschreven.

Je kunt het symbool als volgt ontleden: de onderste 4 (de kwart) geeft aan welke noot (de kwart noot) overeenkomt met een tel. De bovenste 4 geeft aan dat er 4 van zulke noten (4 kwart noten dus) in één maat zitten.

Aangezien de vierkwartsmaat zoveel voorkomt, wordt er vaak ook een ander symbool gebruikt:

vierkwartsmaat 2

Natuurlijk betekent “4 kwart noten per maat” niet dat er alleen maar kwart noten in de maat zitten. Het betekent dat de totale duur van alle nootwaarden in de maat precies 4 tellen is (en waarbij een tel een tijdsduur heeft die overeenkomt met een kwart noot).

Een maat kan bijvoorbeeld bestaan uit een hele noot, of uit 2 halve noten, of uit een halve noot en 2 kwart noten. Een maat kan bestaan uit 8 achtste noten, of uit 4 achtste noten en 2 kwart noten, enzoverder, zolang de totale tijdsduur maar 4 tellen is.

Voorbeeld

In het volgende voorbeeld zie je de eerste 2 maten van een liedje (roodborstje tikt tegen het raam) in vierkwartsmaat. Je ziet dat de maten worden gescheiden door verticale lijnen. Onder de notenbalk staat aangegeven met hoeveel tellen een noot (of een groepje noten) overeenkomt. Als je alle tellen in één maat bij elkaar optelt, dan kom je steeds op 4 tellen uit.

Kijk en luister naar het voorbeeld en probeer mee te tellen (dus: 1 – 2 – 3 – 4 , 1 – 2 – 3 – 4 …). Probeer daarbij te bepalen welke noten in de notenbalk precies op tel 1, tel 2, … enzoverder vallen.

De metronoom start met 4 tellen vooraf.

vierkwartsmaat voorbeeld

Als je het goed hebt gedaan zou je op het volgende moeten uitkomen:

vierkwartsmaat tel nummer

Maatsoort: driekwartsmaat

In muziek in driekwartsmaat zijn er 3 kwart noten per maat. Elke kwart noot komt overeen met een tel.

Natuurlijk zijn ook hier weer combinaties van nootduren mogelijk die samen 3 tellen opleveren, zoals bijvoorbeeld: 6 achtste noten, of bijvoorbeeld 2 kwart noten en 2 achtste noten, enzoverder.

Het symbool dat na de sleutel in de notenbalk wordt geplaatst bij muziek in driekwartsmaat is als volgt:

Voorbeeld

Als voorbeeld volgen hier de eerste paar maten van het nummer “Amazing Grace”, dat een nummer in driekwartsmaat is.

Amazing grace driekwartsmaat

Als je goed kijkt, zal je snel opvallen dat er iets vreemds aan de hand is: in de eerste maat staat er slechts één enkele kwart noot! In de andere maten klopt het aantal tellen wel: 3 per maat.

Dit gebeurt wel vaker aan het begin van muziek. De eerste maat is dan onvolledig (in dit geval bestaat de eerste maat uit alleen maar de laatste tel, tel 3, van een volledige maat). Dit wordt een ‘opmaat’ genoemd, of meer officieel: een ‘anacrouse’. Een opmaat kan ook uit een achtste noot  of een ander aantal tellen bestaan.

Kijk en luister naar “Amazing Grace”, een nummer in driekwartsmaat. Normaal gesproken zou ik de metronoom tot 3 laten tellen voor een stuk in driekwartsmaat, maar in dit geval neem ik ook nog de 2 ontbrekende tellen van de opmaat mee, dus je hoort de metronoom tot 5 tellen: 1 – 2 – 3 , 1 – 2 … en dan begint op tel 3 de eerste noot G van “Amazing Grace”.

Probeer goed mee te tellen tijdens het luisteren (dus nu: 1 – 2 – 3 , 1 – 2 – 3 … enzoverder). Je kunt meteen beginnen te tellen als de metronoom begint.

Andere maatsoorten

Er zijn nog vele andere (soms zeer exotische) maatsoorten, zoals bijvoorbeeld 11 achtsten (11 achtste noten in één maat, waarbij een achtste noot één tel is). Ik ga het nu niet over die complexe maatsoorten hebben, maar laat me je in ieder geval nog 2 maatsoorten tonen die je toch ook wel af en toe tegenkomt.

Maatsoort: 6 achtste maat

In een 6 achtste maatsoort zijn er 6 achtste noten in één maat. Elke achtste noot is één tel, en daarvan zijn er 6 in één maat, dus in totaal 6 tellen per maat.

Een voorbeeld van een liedje in 6 achtste maat is “Norwegian Wood” van de Beatles. Hieronder volgt de eerste lijn van Norwegian Wood (in notenschrift en geluidsfragment):

Norwegian wood 6 achtste maat

Misschien vraag je je af wat het verschil is tussen een driekwartsmaat en een 6 achtste maat. Je kunt namelijk in een muziekstuk in driekwartsmaat ook 6 achtste noten hebben, die zijn opgeteld namelijk ook precies drie kwart noten.

Het verschil ligt hem in het feit welke noten meer de nadruk krijgen.

Als je een muziekstuk hebt  in driekwartsmaat waar in een bepaalde maat 6 achtste noten voorkomen, dan zou je als volgt kunnen tellen: 1 – en – 2 – en  – 3 – en . De nadruk zal dan liggen op tel 1, 2 en 3. Je hebt hier dus eigenlijk 3 groepjes van 2 noten en zou dit als volgt moeten tellen: 1 – en – 2 – en – 3 – en …

In een muziekstuk in 6 achtste maat zal je eerder zo tellen: 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 .

De nadruk ligt hier op de tellen 1 en 4. Je hebt hier dus eigenlijk 2 groepjes van 3 noten en zou dit als volgt moeten tellen: 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6…

Maatsoort: Vijfkwartsmaat

Eén van de meest bekende stukken in vijfkwartsmaat is “Take Five” van Dave Brubeck. Hoeveel tellen gaan er in één maat in een muziekstuk in vijfkwartsmaat? Nou, 5 natuurlijk: 5 kwart noten.

Hieronder kun je naar “Take Five” luisteren. Kijk of het je lukt om mee te tellen met de muziek (1 – 2 – 3 – 4 – 5 , 1 – 2 – 3 – 4 – 5 …). De nadruk ligt op de tellen 1 en 4, dus: 1 – 2 – 3 – 4 – 5 , 1 – 2 – 3 – 4 – 5 …:

Noten leren lezen – De F sleutel

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Als je mijn les over de G sleutel hebt gelezen, dan weet je hoe je de noten op een notenbalk met een G sleutel kunt vinden. En misschien herinner je je dat we ezelsbruggetjes hadden om de plaatsen van die noten te onthouden?

Om snel de noten op een notenbalk met een F sleutel te leren, hebben we voor je ook een ezelsbruggetje. Lees snel verder om alles over de F sleutel te leren, de notenbalk voor de linkerhand.

Hoe vind je de noten op de F sleutel?

De F sleutel wordt het meest gebruikt voor noten vanaf de centrale C en lager. Dit is dus hoofdzakelijk voor de linkerhand. Dit is echter geen vaste regel. Je kunt noten weergeven op een notenbalk met een F sleutel die hoger zijn dan de centrale C. En soms worden noten op een notenbalk met F sleutel gespeeld met de rechterhand.

Op een notenbalk met een F sleutel staat in het begin van de notenbalk het volgende symbool:

F sleutel

Op de volgende notenbalk zie je de noten die op en tussen de lijnen worden weergegeven:

alle noten op F sleutel

De hoogste noot op de bovenste lijn is de A die vlak onder de centrale C ligt op het pianoklavier (een kleine terts onder de centrale C).

En hier is de ezelsbrug die je in het begin kan helpen om snel de noten te vinden op een notenbalk met een F sleutel (deze is voor de noten die op de lijnen van de notenbalk liggen):

Gisteren Begonnen De Feest Avonden

ezelsbrug F sleutel 1

Of je kunt er zelf één bedenken, bijvoorbeeld (pas op, deze is voor de noten tussen de lijnen):

Alle Cowboys Eten Graag

ezelsbrug F sleutel 2

Noten die buiten de notenbalk vallen

Net zoals bij de G sleutel, kun je bij de F sleutel ook noten weergeven die buiten de 5 lijnen van de notenbalk vallen. Als je je niet meer herinnert hoe dat in zijn werk gaat, kijk dan even terug naar de les over de G sleutel.

Kun jij zien welke noot hier weergegeven wordt?

lage B op F sleutel

Het is een (heel lage) B.

En deze?

centrale C op F sleutel

Wel, dat is eigenlijk een heel belangrijke noot om te onthouden: dat is namelijk de centrale C !

De centrale C bevindt zich op het eerste hulplijntje boven de notenbalk. Bij de G sleutel is het juist het eerste hulplijntje onder de notenbalk.

F sleutel en G sleutel tezamen

In bladmuziek voor piano vind je meestal beide sleutels boven elkaar weergegeven, de bovenste voor de rechterhand en de onderste voor de linkerhand, zoals bijvoorbeeld in de volgende figuur:

G sleutel en F sleutel

Zoals altijd is het belangrijk om veel te oefenen zodat je snel leert waar de noten zich op de notenbalk bevinden. Je kunt natuurlijk één van de ezelsbruggetjes gebruiken, maar die zijn eigenlijk alleen voor het begin. Als je tijdens het maken van muziek van notenbalken moet lezen, heb je natuurlijk geen tijd om elke keer de ezelsbruggetjes toe te passen: je moet meteen zien welke noot wordt weergegeven.

De onderstaande interactieve oefening is uitstekend om snel en effectief de noten op een notenbalk met F sleutel te leren.

Aanbevolen oefening

Plaats noten uit een F sleutel op een pianoklavier

Noten leren lezen – Rusten : hele rust, halve rust, kwart rust en meer

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Muziek bestaat over het algemeen niet uit een aaneenschakeling van alleen maar noten. Muziek heeft af en toe ook rusten nodig. Hoe schrijven we die op?

Hele rust, halve rust, kwart rust

Zoals noten een tijdsduur hebben, kunnen ook rusten een tijdsduur hebben: er zijn korte en lange rusten.

De equivalenten van hele noot, halve noot en kwart noot zijn hele rust, halve rust en kwart rust.

Hele rust

De hele rust heeft, net als de hele noot, een duur van 4 tellen.

Je kunt een hele rust in een notenbalk als volgt noteren:

hele rust

Halve rust

De halve rust heeft, net als de halve noot, een duur van 2 tellen.

Je kunt een halve rust in een notenbalk als volgt noteren:

halve rust

Kwart rust

En, zoals je waarschijnlijk al vermoedde, heeft de kwart rust een duur van 1 tel (net zoals een kwart noot).

Hier zie je een kwart rust in een notenbalk:

kwart rust

Achtste rust, zestiende rust en meer

De achtste rust, met een duur van een halve tel, kun je als volgt noteren:

achtste rust

Voor kortere rusten dan de achtste rust kunnen we, net zoals we dat bij de nootduur deden, vlaggetjes toevoegen.

Dit is bijvoorbeeld de zestiende rust (met een duur van een kwart tel):

zestiende rust

En door meer vlaggen toe te voegen, kun je de tijdsduur van de rust nog korter maken.

Hieronder zie je de 32ste en 64ste rust (met tijdsduren van respectievelijk één achtste en één zestiende tel). Zulke korte rusten kom je niet erg vaak tegen.

32ste en 64ste rust

Voorbeelden

Om je een idee te geven van de rusten in een notenbalk, kijk en luister naar de volgende voorbeelden.

Alle geluidsfragmenten beginnen met 4 tellen van de metronoom voordat de muziek begint te spelen.

De voorbeelden beginnen makkelijk en worden steeds een beetje moeilijker.

Het eerste voorbeeld gebruikt hele rusten en noten en halve rusten en noten:

hele rust halve rust voorbeeld

Het 2de voorbeeld bevat ook halve en kwart rusten en noten:

halve rust kwart rust voorbeeld

En nu met ook achtste rusten en noten:

achtste rust voorbeeld

OK, tot nu toe gebruikte ik steeds de noot C. Laat ik vanaf nu ook de toonhoogte variëren.

Ik begin weer makkelijk: eerst met halve en kwart noten en rusten, nu dus echter wel met verschillende toonhoogtes. Probeer tijdens het luisteren naar de geluidsfragmenten niet alleen naar tijdsduren van noten en rusten te kijken, maar ook naar de toonhoogte.

De voorbeelden hieronder worden ook weer steeds iets moeilijker.

Voorbeeld 1:

(halve en kwart rusten en noten)

noten en rusten voorbeeld 1

Voorbeeld 2:

(nu ook achtste rusten en noten)

noten en rusten voorbeeld 2

Voorbeeld 3:

(Nu met noten die niet precies op de tel vallen)

noten en rusten voorbeeld 3

Het laatste voorbeeld is misschien wat lastiger te volgen, omdat niet alle noten precies gelijk met een tel beginnen, maar tussen 2 tellen in.

Je zou dit kunnen oplossen door een tel (dus een klik van de metronoom) in tweeën te delen. Dit kun je doen door bijvoorbeeld bij elke tel met je hand op je knie te slaan. In het midden tussen 2 tellen is je hand dan omhoog. Een noot die precies tussen 2 tellen valt, wordt dan dus gespeeld op het moment dat je hand de hoogste stand bereikt.

De volgende interactieve oefening zal je zeker helpen om beter te worden in het herkennen van en werken met noot- en rustduur.

Aanbevolen oefening

Rusten en noten.

Noten leren lezen – Nootduur : hele noot, halve noot, kwart noot en meer

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Nootduur (ook: nootwaarde) is belangrijk in muziek: een noot kan lang duren, kort duren of iets tussen kort en lang in.

Je kunt de duur van een noot meten in het aantal tellen dat een noot duurt, of in gedeelten van tellen (bijvoorbeeld een halve of kwart tel).

Maar, wat bedoelen we nu eigenlijk met een tel?

Als je met muziek meeklapt, gebeurt dat in de meeste gevallen op elke tel. Dit is misschien niet altijd en niet voor alle muziek het geval, maar voorlopig is dit genoeg om mee verder te werken bij de uitleg van nootduur.

Notatie van nootduur in de notenbalk

Hele noot, halve noot en kwart noot

De 3 meest fundamentele nootwaarden zijn de hele noot, de halve noot en de kwart noot.

  • Een hele noot duurt 4 tellen. Op een notenbalk kun je een hele noot weergeven door een open bolletje:

hele noot

  • Een halve noot duurt 2 tellen. Er gaan dus 2 halve noten in één hele noot. Op een notenbalk kun je een halve noot weergeven door een open bolletje met een stokje eraan:

halve noot

  • Een kwart noot duurt 1 tel. Er gaan dus 2 kwart noten in een halve noot, of 4 kwart noten in een hele noot. Op een notenbalk kun je een kwart noot weergeven door een dicht bolletje met een stokje eraan:

kwart noot

Om je een idee te geven van hoe dat allemaal werkt, heb ik hieronder een notenbalk weergegeven met een hele noot, een halve noot en 2 kwart noten (alle noten zijn een C, maar dat is nu niet zo belangrijk, het gaat nu even om nootduur en niet om de hoogte van een noot).

Meteen onder de notenbalk kun je luisteren hoe het klinkt.

In het geluidsfragment speelt een metronoom mee: deze laat bij elke tel een klik horen. Op deze manier kun je meetellen terwijl je het afspeelt.

Voordat de noten klinken, geeft de metronoom 4 klikken vooraf (dat wordt vaak in muziek gedaan).

hele noot halve noot kwart noot

De stok van een noot (de verticale lijn die een noot vastzit) kan omhoog staan (zoals in ons vorige voorbeeld), maar ook naar beneden staan.

Over het algemeen is de stok naar boven gericht voor noten die op de onderste helft van de notenbalk zitten, en omlaag gericht voor noten op de bovenste helft van de notenbalk.

noten stok omhoog en omlaag

Achtste noot en zestiende noot

Een achtste noot is de helft van een kwart noot. Er passen dus 2 achtste noten in een kwart noot, 4 achtste noten in een halve noot en 8 achtste noten in een hele noot.

De nootduur van een achtste noot is een halve tel.

Een achtste noot kun je opschrijven door een dicht bolletje met stok en een vlaggetje:

achtste noot

Een zestiende noot is weer de helft van een achtste noot en duurt dus een kwart tel (dus in één tel gaan 4 zestiende noten).  Je kunt een zestiende noot noteren met een extra vlaggetje:

zestiende noot

Als 2 of meer achtste of zestiende noten na elkaar worden gespeeld, dan kun je ze met elkaar verbinden en dus als volgt noteren:

verbonden noten

Combinaties van achtste en zestiende noten zijn ook mogelijk:

verbonden noten combinatie

Het lezen van achtste en zestiende noten is lastiger dan hele, halve en kwart noten, omdat het sneller gaat. Je moet dus goed ‘op je tellen passen’!

Kijk en luister naar het volgende voorbeeld. Tel mee met de metronoom en merk hoe er 2 achtste noten in één tel gaan en hoe er 4 zestiende noten in één tel gaan. De metronoom begint weer met 4 tellen voordat de noten beginnen te spelen.

kwart achtste zestiende noot

Andere nootduren

Door extra vlaggtjes toe te voegen, kun je nog kortere nootduren maken: een tweeëndertigste noot (8 in één tel), een vierenzestigste noot (16 in één tel), enzovoort:

32ste en64ste noot

Je kunt een noot anderhalf keer zo lang maken door er een puntje achter te zetten:

  • 1 + ½ = 1 ½ tel:

kwart noot met punt

  • 2 + 1 = 3 tellen:

halve noot met punt

  • ½ + ¼ = ¾ tel:

achtste noot met punt

Opmerking: Een ¾ tel-noot die door een zestiende noot (dus ¼ tel) wordt gevolgd, kun je als volgt opschrijven:

achtste noot met punt plus zestiende noot

Samen duren die 2 noten dus precies 1 tel.

Kijk en luister maar eens naar het volgende voorbeeld. Zoals gewoonlijk begint de metronoom met 4 tellen.

noten met punten

En als je nu eens een noot wilt die 2 ½ tel duurt? Hoe moet je die opschrijven?

Je kunt dit doen door een halve noot (2 tellen) en een achtste noot ( ½ tel) met elkaar te verbinden:

noten met elkaar verbonden

Je kunt de opgedane kennis in deze les oefenen met de onderstaande interactieve oefeningen. De eerste oefening is nog niet zo moeilijk, de tweede iets lastiger (doe ze daarom in de aangegeven volgorde).

Aanbevolen oefeningen

Hele noot, halve noot, kwart noot. Kies de juiste notenbalk bij het geluidsfragment.

Halve noot, kwart noot, achtste noot. Kies de juiste notenbalk bij het geluidsfragment.

Noten leren lezen – De G sleutel

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Muzieknoten worden op een notenbalk genoteerd. Een notenbalk bestaat uit 5 horizontale lijntjes.

notenbalk

De noten worden op of tussen de lijntjes geplaatst. In deze eerste les over noten leren lezen leer je hoe je de noten op zo’n notenbalk moet noteren.

De G sleutel

Voor de piano worden twee verschillende notenbalken gebruikt: één voor de linkerhand en één voor de rechterhand.

Deze worden boven elkaar weergegeven, zoals je in het volgende voorbeeld kunt zien.

notenbalken

We gaan het nu eerst hebben over de bovenste notenbalk, deze is voor de rechterhand.*

* In sommige (vrij zeldzame) gevallen worden noten op de bovenste notenbalk met de linkerhand gespeeld, of noten op de onderste notenbalk met de rechterhand. Voor ons geldt echter voor nu: de bovenste notenbalk is voor de rechterhand en de onderste voor de linkerhand.

Het symbool voor de G sleutel

De bovenste notenbalk begint met het volgende symbool:

G-sleutel

Dat is het symbool voor de G sleutel.

De noten op een notenbalk met G sleutel

De notenbalk met een G sleutel is over het algemeen voor noten vanaf de centrale C en hoger (dus aan de rechterkant van de centrale C op het klavier). Je kunt echter ook noten erop weergeven die lager zijn dan de centrale C, dat wordt zelfs vrij regelmatig gedaan.

Maar laten we eerst eens kijken naar de noten die op en tussen de lijntjes van een notenbalk met een G sleutel worden weergegeven.

De noot die op het laagste lijntje wordt weergegeven is een E. Het is de E die een grote terts hoger is dan de centrale C op het klavier.

Noot E op notenbalk met G-sleutel

De volgende noot is de F die meteen naast de hierboven genoemde E ligt en die tussen de twee onderste lijntjes van de notenbalk ligt.

Noot F op notenbalk met G-sleutel

Daarna komt de noot G, op de één na onderste lijn van de notenbalk.

Noot G op notenbalk met G-sleutel

En zo gaan we door. Hiermee kunnen de volgende noten (die allemaal overeenkomen met witte toets-noten) op de notenbalk met een G sleutel weergeven.

Noten op notenbalk met G-sleutel

Er zijn verschillende manieren die je in het begin kunt gebruiken om je de positie te herinneren van de noten op de notenbalk:

  • Het gebogen lijntje van de G sleutel eindigt op de lijn in de notenbalk waar de noot G wordt weergegeven.
  • Voor de noten die op de lijnen van de notenbalk worden weergegeven (die niet die ertussen), kun je bijvoorbeeld het volgende ezelsbruggetje gebruiken:

Eet Groenten Bij De Friet”

ezelsbruggetje 1 notenbalk G-sleutel

Of je kunt zelf een zin bedenken, bijvoorbeeld:

Een Grote Beer Die Fietst”

ezelsbruggetje 2 notenbalk G-sleutel

Noten die buiten de notenbalk vallen

Ik vermeldde hierboven al: de notenbalk met G sleutel is voor de noten vanaf de centrale C en hoger. Maar hoe valt dit te rijmen met het feit dat de noot op de laagste lijn de E net boven de centrale C is?

We kunnen dit oplossen door extra hulplijnen te trekken.

Eerst de noot D (net onder de E). Dat is makkelijk, we hoeven daarvoor niet eens een hulplijn te trekken:

Noot D op notenbalk met G-sleutel

Voor de centrale C is ons eerste hulplijntje noodzakelijk:

Noot C op notenbalk met G-sleutel

Gaan we net onder dat hulplijntje zitten, dan kunnen we zelfs lager gaan dan de centrale C. Hier is de noot B die net onder de centrale C zit:

Noot B op notenbalk met G-sleutel

En voor de A trekken we gewoon een 2de hulplijntje:

Noot A op notenbalk met G-sleutel

Voor lagere noten kunnen we zelfs nog meer hulplijntjes trekken, je kunt er in principe zo veel maken als je zou willen, maar hoe meer van die lijntjes, hoe moeilijker het wordt om snel een noot te kunnen lezen…

Ik zou zeggen dat tot zo’n 3 à 4 hulplijntjes nog redelijk leesbaar is, daarna wordt het echt lastig en kun je beter gebruik maken van de onderste notenbalk, die voor de linkerhand. Die notenbalk heeft geen G sleutel, maar een F sleutel en zullen we in een latere les zien.

OK, zoals je hulplijntjes onder de notenbalk kunt maken, kun je ook extra lijntjes boven de notenbalk gebruiken voor noten hoger dan de F op de bovenste lijn van de notenbalk.

Kun jij zien welke noot hieronder wordt weergegeven?

De hoge E op notenbalk met G-sleutel

Ik hoop dat je het zelf gevonden hebt…

Zo niet: het is een E!

Dit is nog niet alles

Misschien had je al in de gaten dat nog niet alles is gezegd over de noten op een notenbalk.

  • We hebben nog niet gesproken over de onderste notenbalk, die voor de linkerhand. Dit zal in een latere les gebeuren.
  • De noten die je nu geleerd hebt, zijn alleen maar ‘witte toets-noten’. In een volgende les zal ik uitleggen hoe je noten met een kruis of met een mol kunt weergeven op de notenbalk.

En zoals altijd is het belangrijk om te oefenen met de opgedane kennis, zodat je straks zonder problemen  snel notenschrift kunt lezen (zonder dat je daar nog ezelsbruggetjes voor nodig hebt, want daar heb je geen tijd voor als je snel ‘met de muziek mee’ wilt kunnen lezen).

Wil je snel noten leren lezen? De onderstaande oefening zal je daarbij zeker helpen.

Aanbevolen oefening

Plaats noten uit een G sleutel op een pianoklavier