Waarom zou je muziektheorie leren?

Veel mensen vinden muziektheorie saai, moeilijk en vooral onnodig, want:

muziektheorie
  1. het zou de creativiteit alleen maar in de weg zitten
  2. het zou de spontaniteit tijdens het spelen wegnemen
  3. het zou alleen voor jazzmuzikanten en klassieke muzikanten zijn, ik speel rock/blues/reggae/hip-hop enzoverder, dus ik heb helemaal geen muziektheorie nodig
  4. het zou helemaal niet nodig zijn, er is software die alle muziektheorie voor mij doet

En je hoort nog wel meer argumenten…

Waarom vind ik muziektheorie wel belangrijk?

Laat ik om daar een antwoord op te geven de hierboven genoemde argumenten eens wat nader onder de loep nemen.

  • het zou de creativiteit alleen maar in de weg zitten

Sommige muzikanten geloven dat ze door een soort ‘goddelijke interventie’ ideeën aangereikt krijgen en dat muziektheorie deze ‘magie’ alleen maar wegneemt.

Ik denk dat het eerder omgekeerd is: door kennis van de muziektheorie kom je eerder en makkelijker op goede ideeën. Je weet wat wel en wat juist niet werkt in plaats van door ‘trial en error’ zomaar uitproberen.

  • het zou de spontaniteit tijdens het spelen wegnemen

Hiervoor gelden eigenlijk dezelfde argumenten als bij #1: door kennis van wat wel of niet werkt, kun je juist veel spontaner spelen en bovendien verklein je het risico dat je tijdens het spontane spelen ineens de fout in gaat.

  • het zou alleen voor jazzmuzikanten en klassieke muzikanten zijn, ik speel rock/blues/reggae/hip-hop enzoverder, dus ik heb helemaal geen muziektheorie nodig

In elke muziekstijl worden akkoorden en toonladders/toonsoorten gebruikt, niet alleen in klassieke muziek of in jazz.

In vrijwel alle soorten populaire muziek wordt bijvoorbeeld de pentatonische toonladder gebruikt.

Zodra je een bepaalde muziekstijl begint te leren spelen, dan leer je eigenlijk de muziektheorie die van toepassing is op die muziekstijl.

  • het zou helemaal niet nodig zijn, er is software die alle muziektheorie voor mij doet

Er bestaan computerprogramma’s voor bijna alles…behalve voor creativiteit. Echte creativiteit, echte vernieuwingen ontstaan enkel en alleen in het menselijk brein, niet in een computerprogramma.

Nog meer argumenten

Naast deze argumenten is er nog veel meer te zeggen voor het hebben van kennis over muziektheorie als je een instrument bespeelt.

heb je muziektheorie nodig?

Stel je voor, je speelt in een band en de bassist zegt tegen de saxofonist: we spelen in D mineur, en jij hebt geen idee wat daarmee bedoeld wordt, dan moet de hele band stoppen om jou uit te leggen welke noten je moet spelen en hoe je een D mineur akkoord moet spelen. Als jij dan eindelijk begrepen hebt hoe je dat allemaal moet doen, dan is elke spontaniteit en creativiteit van het moment wel ineens verdwenen als sneeuw voor de zon…

Muziektheorie fungeert dan ook in bovenstaand voorbeeld als taal, het dient als communicatiemiddel tussen muzikanten. Als jij die ‘taal’ niet beheerst, dan zul je misschien wel wat noten kunnen voortbrengen en als je veel oefent ook wel wat muziekstukken kunnen spelen, maar het zal allemaal niet zo heel erg efficiënt verlopen.

Als je muziektheorie kent, dan begrijp je de samenhang tussen alles in de muziek, je begrijpt waarom je bijvoorbeeld eerder een F# in plaats van een F moet spelen, je weet hoe je een akkoord moet vormen en waarom dat akkoord zo gevormd wordt.

En hoe zit dat met notenschrift?

Kun je muziek maken zonder noten te kunnen lezen?

Jazeker, dat kan!

Maar je zou een equivalent naar het alledaagse leven kunnen maken en bijvoorbeeld vragen: kun je leven zonder te kunnen lezen?

En ook daar zal het antwoord zijn: jazeker, dat kan.

Maar stel je eens voor dat je niet zou kunnen lezen. In onze huidige maatschappij zou je dan een enorme handicap hebben. Ga eens na: je kunt geen opschriften lezen, in de supermarkt weet je niet wat een product kost, je kunt geen enkel boek lezen, de meeste informatie op internet gaat aan je neus voorbij, en zo kan ik nog wel eventjes doorgaan…

notenschrift

Hetzelfde geldt voor het lezen van muziek. Als je een muzikant bent maar geen noten kunt lezen, dan kun je misschien best wel aardig muziek maken, maar je kunt muziek van anderen niet lezen. En je kunt jouw muziek niet opschrijven.

Wil je een nieuw stuk leren spelen, dan moet je maar wachten totdat iemand je komt uitleggen hoe dat moet, of je moet heel bedreven zijn in het op gehoor spelen. Maar zelfs als je dat allemaal kunt, dan nog is het veel efficiënter als je het gewoon even snel van bladmuziek had kunnen lezen.

Is muziektheorie en notenschrift moeilijk om te leren?

Een veelgehoord argument om maar niet aan muziektheorie en notenschrift te beginnen is dat het toch allemaal veel te moeilijk zou zijn.

Wel, het hangt er helemaal van af op welke manier dat allemaal uitgelegd wordt.

Als muziektheorie op een goede en duidelijke wijze wordt uitgelegd en het in begrijpbare stukken wordt opgedeeld, dan hoeft het absoluut niet moeilijk te zijn en kan iedereen die het wil het gewoon leren.

En gelukkig is dat op PianoWebsite.nl allemaal aanwezig: een goede en duidelijke uitleg over muziektheorie en notenschrift voor beginners, uitgelegd door een zeer ervaren leraar met meer dan 25 jaar ervaring. De lessen zijn geheel gratis en kunnen gelezen worden, maar ook in video’s worden bekeken. Bovendien kun je op PianoWebsite.nl interactieve oefeningen doen waarmee je de muziektheorie en het notenschrift kunt oefenen.

Wil jij als naslagwerk die hele cursus ook in een handig e-book hebben dat je op elk gewenst moment kunt raadplegen (ook offline)? Hieronder kun je je inschrijven waarna je het e-book (112 pagina’s) geheel gratis thuisgestuurd krijgt.

2

Correcte lichaamshouding en handpositie bij pianospelen

Het gebeurt maar al te vaak dat als iemand op zijn eigen houtje zonder enige begeleiding of (online) pianolessen piano probeert te spelen, dat deze persoon een verkeerde houding en handpositie aanleert. En eenmaal aangeleerd, is het heel moeilijk om die verkeerde gewoonten weer af te leren.

Is dat erg?

Wel, als je alleen maar van plan bent “Boer daar ligt een kip in ’t water” en eventueel nog “de vlooienmars” te spelen, dan is dat inderdaad helemaal niet erg. Maar als je plan is om iets verder te komen in het pianospelen en je wilt je favoriete nummers en nog (veel) meer op een goede manier kunnen laten horen op de piano, dan gaat dat honderd keer beter met een goede houding en handpositie dan als je er alleen maar een rommeltje van maakt.

Als je net begint met pianospelen is het dus heel belangrijk dat je meteen een goede houding aanneemt achter de piano en dat je ook een goede handpositie hebt.

De correcte lichaamshouding

Voor een correcte lichaamshouding is het noodzakelijk op de goede hoogte achter de piano te zitten.

Pianokrukje

Aangezien niet iedereen even groot is , is het een goed idee om een in hoogte verstelbaar pianokrukje te hebben.

De hoogte van het krukje moet dan zodanig ingesteld worden dat als je pianospeelt, je armen horizontaal of eventueel lichtjes naar beneden staan.

correcte lichaamshouding achter de piano

Je voeten moeten daarbij plat op de grond staan (of eventueel op de pedalen/op een pedaal), waarbij je knieën zich dan net onder het klavier bevinden.

Ga niet uitgezakt zitten, maar zorg ervoor dat je je rug recht houdt.

ontspan tijdens het pianospelen

En, heel belangrijk: zorg dat je je ontspant. Als je ontspannen achter de piano zit, speel je zo veel makkelijker! Dus: schouders niet omhoog, maar gewoon lekker laten ontspannen.

De correcte handpositie

Een correcte handpositie is minstens zo belangrijk als een goede lichaamshouding.

Beginners hebben nogal eens de neiging met (vrijwel) platte handen te spelen, en in het begin kom je daar nog wel mee weg, maar als je later moeilijkere en snellere stukken gaat spelen, dan gaat je verkeerde platte handpositie je echt in de weg zitten. Het is dus belangrijk meteen vanaf het begin te letten op de juiste handpositie (nogmaals: afleren is vaak moeilijker dan aanleren).

Zorg er dus voor dat je vanaf het begin je hand bol houdt. Het is een beetje alsof je een imaginair tennisballetje vasthoudt in elke hand tijdens het pianospelen.

correcte handpositie

Zorg er dus voor dat je vanaf het allereerste begin denkt om houding en handpositie, dan zul je veel sneller vorderen in je pianospel.

Veel succes!

De beste manier om snel beter te worden op de piano – 6 tips voor snelle vorderingen op de piano

Er zijn pianisten die ondanks veel en regelmatig oefenen maar heel langzaam vooruitgang boeken.

Er zijn echter ook pianisten die juist heel snel vooruitgang boeken, terwijl ze net zoveel of misschien zelfs minder oefenen.

Wat is het verschil tussen beide soorten pianisten? Heeft de tweede groep pianisten misschien meer talent voor pianospelen dan de pianisten uit de eerste groep, of zit er misschien toch iets anders achter?

Natuurlijk, talent zal zeker ook wel een rol spelen, maar er is iets dat nog veel meer van invloed is op de mate van vooruitgang dan alleen talent.

Er zijn namelijk pianisten met talent die nauwelijks vooruitgang boeken (ondanks veel oefenen), maar er zijn ook pianisten met minder talent die wel snel vooruitkomen (en evenveel oefenen). Hoe kan dat?

Het blijkt dat de manier waarop je oefent van cruciaal belang is om snel en effectief goed te leren pianospelen.

Hieronder vind je 6 tips die je zeker zullen helpen de effectiviteit van je oefensessies op de piano aanzienlijk te verhogen.

Tip nummer 1: regelmaat

Natuurlijk is het goed om veel te oefenen: iemand die een uur lang oefent zal meer vooruitkomen dan iemand die 10 minuten oefent, dat is natuurlijk geen geheim.

Maar velen kunnen het niet opbrengen om elke dag een uur te oefenen, of het nou door tijdsgebrek of iets anders komt. En dat is helemaal niet zo erg.

Probleem is wel dat veel mensen dan als ze eenmaal tijd hebben (bijvoorbeeld in het weekend) dan ineens 2 uur achter elkaar spelen terwijl ze gedurende de hele week de piano niet hebben aangeraakt.

Het blijkt namelijk veel effectiever te zijn om elke dag (of eventueel om de dag) een korte tijd te oefenen, bijvoorbeeld 15 minuten, dan 1 keer in de week 2 uur achter elkaar (zelfs als 2 uur meer is dan 5 a 6 keer per week 15 minuten).

Regelmaat is hier dus het sleutelwoord.

En het is helemaal niet erg als je eens een keertje niet kunt. Sterker nog, af en toe een pauze doet alleen maar goed.

En: minimaal 15 minuten per dag (of om de dag) is zo veel toch niet?

Tip nummer 2: zorg voor een goede houding

Een goede houding achter de piano en een goede handpositie zijn van ‘levensbelang’ voor succes op de piano.

Je leest er meer over in mijn artikel “De beste lichaamshouding en handpositie voor pianospelen”.

Tip nummer 3: warming up

Het is goed bij het begin van een oefensessie even (kort) wat ‘warming up’ oefeningen te doen.

Zie voor een uitgebreide beschrijving hoe dat te doen in mijn artikel “Warming up voor het pianospelen”.

Tip nummer 4: begin altijd langzaam

Een grote fout die vaak gemaakt wordt is dat je het nummer meteen snel wilt kunnen spelen.

Bij sommige passages uit dat nummer lukt dat dan nog wel (enigszins), maar bij die lastige passage gaat het telkens mis: er sluipen dan elke keer weer één of meer foutjes in.

Toch blijven velen dan gewoon op het snelle tempo doorspelen, keer op keer, in de hoop dat die foutjes door het maar heel vaak te spelen op een gegeven moment wel zullen verdwijnen.

De enige effectieve manier om snel van de fouten in die moeilijke passage af te komen is het tempo te verlagen: speel het hele nummer in een (veel) lager tempo. En doe dat met een metronoom, anders loop je het risico ongemerkt tijdens het spelen het tempo te versnellen en dan kom je in die lastige passage terecht en ga je alweer te snel om dat foutloos te spelen.

Ga daarbij zo langzaam als nodig is om die passage foutloos te kunnen spelen. Lukt het je dan nog steeds niet om foutloos te spelen, kijk dan eens bij tip nummer 6.

Lukt het je uiteindelijk het hele nummer foutloos te kunnen spelen op dat langzame tempo, voer dan langzaam het tempo op: zet de metronoom ietsje hoger (bijvoorbeeld 5 beats per minute hoger) en kijk of je het hele nummer dan weer op dat hogere tempo foutloos kunt spelen. Ga zo verder door in elke stap het tempo ietsje te verhogen totdat je het hele nummer foutloos kunt spelen op het door jou gewenste tempo.

Tip nummer 5: deel het nummer op

Het beste is een nieuw nummer dat je net begint te spelen in ‘hapklare brokken’ op te delen.

Probeer dus niet meteen het hele nummer in één keer te spelen.

En hoe groot moeten die ‘brokken’ dan zijn? Dat is moeilijk te zeggen, dat hangt namelijk van het muziekstuk af. Maar neem bijvoorbeeld een muzikaal lijntje dat voor jou ‘behapbaar’ is, niet te lang, niet te kort.

Oefen goed dat ene lijntje en als je dat kunt spelen, ga dan naar het tweede lijntje en oefen dat goed.

Probeer vervolgens die twee lijntjes aan elkaar te spelen.

Ga daarna naar het derde lijntje en oefen dat en plak dan de eerste 3 lijntjes aan elkaar. Enzoverder, totdat je het hele nummer kunt spelen.

Begin daarbij altijd langzaam (zie tip nummer 4) en let er daarbij ook goed op dat de overgangen van één lijntje naar het volgende goed en soepel verlopen. Zo niet, kijk dan naar tip nummer 6.

Tip nummer 6: sta stil bij die moeilijke passage

Lukt het maar steeds niet een moeilijk passage foutloos te spelen?

Licht die passage er dan uit en oefen (langzaam in het begin, zoals altijd) alleen die passage. Speel dus niet het hele nummer, maar alleen die passage en speel dat over en over totdat je het foutloos kunt spelen.

En die passage, dat kan eventueel maar een heel klein stukje zijn, bijvoorbeeld de overgang van één noot naar de volgende. Oefen die overgang keer op keer totdat het je volledig eigen is geworden: het zit dan gewoon in je systeem gebakken. En dat betekent zowel in je geheugen, alsook in je ‘hand-geheugen’: je hand voelt dan eigenlijk aan hoe die passage (of die overgang van die ene noot naar de volgende) gespeeld moet worden.

Het komt er dus eigenlijk op neer dat je een moeilijke passage ook weer kunt opdelen in nog kleinere eenheden (zoals die overgang van één noot naar de volgende). Als je vervolgens die kleine eenheden kunt spelen (met andere woorden: ze zitten in je systeem gebakken), probeer ze dan aan elkaar te spelen.

Als je dan uiteindelijk die lastige passage goed kunt spelen, kun je het tempo weer opvoeren en uiteindelijk het hele nummer spelen.

Warming up voor het pianospelen

Voordat je begint met pianospelen, of het nou een oefensessie is of een optreden, is het goed om -net zoals bij sporten- een ‘warming up’ te houden.

Nu is het wel zo dat als je een volledige beginner bent en eenvoudige oefeningetjes moet doen, deze warming up voor piano minder noodzakelijk is (eigenlijk zelfs niet noodzakelijk), maar als je al iets meer gevorderd bent en stukken moet inoefenen die veel noten bevatten en/of lastig zijn te spelen, dan is een warming up meestal wel een goed idee.

Ook als je een concert moet spelen, is het goed voordat het concert begint eventjes de warming up oefeningen door te nemen.

Hoe ziet zo’n warming up voor piano er uit?

Oefening 1

Strek je armen voor je uit en laat je handen hangen. Schud nu -in deze positie- je handen uit alsof je ze droog wilt schudden. Doe dit gedurende een tiental seconden.

Houd daarna -de armen nog steeds gestrekt- beide handen omhoog en zwaai met beide handen alsof je iemand uitbundig gedag zegt. De armen mogen goed meebewegen. Doe dit ook gedurende een tiental seconden.

Oefening 2

Breng beide handen tezamen zoals in de eerste figuur.

Draai vervolgens je handen naar beneden totdat je niet verder meer kunt (tweede figuur), span enigszins aan en houdt dat enkele seconden aan. Draai je handen weer terug en zoveel verder als je kunt (derde figuur) en houd dat weer enkele seconden aan.

Doe de hele oefening één of twee keer.

Oefening 3

Duw met je ene hand de uitgestrekte vingers van je andere hand naar achteren en houd enkele seconden aan (niet te hard, het moet geen pijn doen).

Doe dat vervolgens ook bij je andere hand.

Je kunt dit ook doen met alleen de duim (ook weer beide handen), maar eventueel ook met alle andere vingers.

Schud hierna eventjes beide handen uit.

Oefening 4

De enige oefening die echt op de piano plaatsvindt.

Speel één of meer toonladders enkele keren met zowel je rechterhand alsook je linkerhand.

Welke piano kopen? Top 9 beste digitale piano’s.

welke piano of keyboard kopen

Ben je een beginnende of (meer) gevorderde pianist en wil je een nieuwe piano aanschaffen? Lees dan zeker verder, want in dit artikel geef ik je alle informatie die je nodig hebt om de juiste keuze te maken bij de aankoop van een nieuwe piano.

Voor diegenen die een keyboard/digitale piano zonder ingebouwde luidsprekers hebben (of willen aanschaffen), geef ik bovendien ook nog advies over studio monitoren (externe luidsprekers met versterking).

Akoestische piano of digitale piano?

akoestische piano of digitale piano?

De eerste vraag die zich aandient als je een nieuwe piano wilt kopen is: heb ik een akoestische piano of juist een digitale piano nodig?

En eerlijk gezegd: voor beide opties valt wat te zeggen. Het hangt namelijk helemaal van jouw eigen situatie af. Er zijn voor- en nadelen voor zowel akoestische piano’s als digitale piano’s. Ik zal dus deze voor- en nadelen hieronder gewoon weergeven, zodat je zelf een afweging kan maken wat voor jou het beste is:

Ga voor een akoestische piano als:

  1. Je genoeg geld hebt om er een aan te schaffen.
  2. Je genoeg plaats hebt in huis (zeker als je een vleugel overweegt).
  3. Het geen overlast voor buren of huisgenoten oplevert.
  4. Je geen andere soorten geluiden nodig hebt dan alleen piano-geluid.
  5. Je deze niet nodig hebt voor optredens.

Een akoestische piano is natuurlijk ook de optie die je verkiest als je voor het echte authentieke piano-geluid wilt gaan en als je de echte piano-feeling onder je vingers wilt hebben bij het bespelen van het klavier.

Er zijn echter genoeg redenen aan te voeren om eerder voor een digitale piano te gaan in plaats van een akoestische piano:

  1. Een digitale piano is niet zo duur als een akoestische piano.
  2. Je bent een beginnende pianospeler.
  3. Je hebt geen plaats voor een akoestische piano.
  4. Het is een heel gedoe (en bovendien duur) om je akoestische piano 2 keer per jaar te laten stemmen.
  5. Je wilt met een koptelefoon kunnen spelen (om niet anderen te storen).
  6. Je wilt meer soorten geluiden dan alleen maar piano-geluid.
  7. Je wilt je digitale piano ook gebruiken voor optredens.
  8. Je wilt je piano met de computer kunnen verbinden (bijvoorbeeld om liedjes te componeren met behulp van een digitaal audio workstation (DAW) op de computer).

Tegenwoordig is het zo dat goede digitale piano’s piano-geluiden kunnen produceren die heel dicht bij die van een echte piano komen. Bovendien kunnen deze met speciale technieken je een gevoel geven alsof je op een echte piano speelt (zie verderop).

 Als geld het enige probleem is, zou je ook een tweedehands akoestische piano kunnen overwegen, Houd er echter wel rekening mee dat deze 2 keer per jaar gestemd moet worden, wat ook een vrij dure aangelegenheid is (minimaal 100 € per jaar).

Als je een nieuwe akoestische piano wilt kopen, dan kan je plaatselijke pianohandelaar je over het algemeen goed adviseren.

Kies je echter voor een digitale piano, dan vind je in dit artikel alle informatie om een weloverwogen keuze te kunnen maken.

In de volgende tabel zet ik nog even alle voor-en nadelen van akoestische piano’s danwel digitale piano’s/keyboards op een rijtje:

VoordelenNadelen
Akoestische piano– het heeft het enige echte pianogeluid
– het heeft het enige echte pianogevoel
– duur
– groot en zwaar
– geen mogelijkheid om heel zacht te spelen (geen koptelefoon)
– moet 1-2 keer per jaar gestemd worden
Digitale piano– minder duur
– makkelijk te transporteren
– veel soorten geluiden (niet alleen maar pianogeluid)
– hoeft niet te worden gestemd
– je kunt op eld gewenst volume spelen
– je kunt met een koptelefoon spelen
– je kan het met een computer verbinden
– niet precies het echte pianogeluid zoals bij een akoestische piano
– niet precies het echte pianogevoel zoals bij een akoestische piano
online pianoles

Hoe imiteren digitale piano’s/keyboards een echte piano?

hamers in een akoestische piano

In een akoestische piano is elke toets via een hefboom-mechaniek verbonden met een hamertje dat 1, 2 of 3 snaren aanslaat als de toets bespeeld wordt.

Dit hefboom-mechaniek zorgt voor een natuurlijke weerstand bij het aanslaan van een toets die zorgt voor het typerende ‘akoestische-piano-gevoel’.

Waar de betere digitale piano’s systemen hebben om dit ‘akoestische-piano-gevoel’ na te bootsen, hebben goedkope keyboards en de meeste synthesizers dit niet: je voelt dan totaal geen weerstand als je een toets bespeelt.

Betere digitale piano’s maken gebruik van zogenaamde “gewogen toetsen” om je een zo goed mogelijk piano-gevoel te geven.

Er zijn twee soorten gewogen digitale piano’s:

  • Digitale piano’s met semi-gewogen toetsen

Dit is de eenvoudigste en goedkoopste oplossing. In een digitale piano met semi-gewogen toetsen zorgt een veersysteem voor de weerstand tijdens het aanslaan van een toets.

  • Digitale piano’s met gewogen toetsen

In een digitale piano met gewogen toetsen zit een hamersysteem (net zoals bij een akoestische piano). Bij een digitale piano met gewogen toetsen biedt het aanslaan van de toetsen met een lage toon meer weerstand dan het aanslaan van hogere tonen, net zoals in een akoestische piano.

Het is -ook voor beginners- heel belangrijk om op een digitale piano met een zo echt mogelijk pianogevoel te spelen. Dit zou dus minimaal semi-gewogen moeten zijn, maar eigenlijk is het beter meteen met gewogen toetsen te beginnen.

Heel belangrijk is ook dat een digitale piano aanslaggevoelig is. Dat betekent dat als een toets hard wordt aangeslagen deze luider klinkt dan als dat deze zacht wordt aangeslagen. Verreweg de meeste digitale piano’s zijn aanslaggevoelig, behalve misschien de heel goedkope modellen (kinder-/speelgoed piano’s).

Een andere eigenschap is ‘aftertouch’. Bij aftertouch kan de druk die je op een toets uitoefent nadat deze is aangeslagen bepaalde parameters zoals vibrato, volume of iets anders aansturen.

Het aantal toetsen

Een akoestische piano beschikt over 88 toetsen.

Digitale piano’s proberen over het algemeen hun akoestische equivalenten te imiteren, dus beschikken de meeste ook over 88 toetsen. Maar andere soorten elektronische keyboards hebben niet altijd 88 toetsen. Er zijn keyboards met 49 toetsen, 61 toetsen, 73 toetsen, 76 toetsen en natuurlijk ook met 88 toetsen.

Als je op een elektronisch keyboard piano wilt (leren) spelen, dan raad ik een minimum van 73 toetsen aan, maar persoonlijk vind ik dat je eigenlijk beter voor een keyboard met 88 toetsen kunt gaan. Behalve misschien als je veel optreedt, dan moet je je keyboard vaak transporteren en dan kan het gewicht van een keyboard met 88 toetsen je in de weg zitten, dus in dat geval zou je voor 73 of 76 toetsen kunnen kiezen.

(zie ook het artikel “Waar bevindt zich de centrale C op je piano of elektronische keyboard?” )

Welke verschillende soorten elektronische piano’s/keyboards bestaan er?

Je kunt 4 categorieën elektronische keyboards onderscheiden:

  • Digitale piano’s
  • Synthesizers
  • Workstations
  • MIDI-keyboards

Voor pianospelers is eigenlijk alleen de eerste categorie (digitale piano’s) interessant. Ik bespreek dus voornamelijk deze categorie en verschillende modellen die goed in aanmerking komen om op piano te (leren) spelen. Aan het eind van dit artikel zal ik ook nog kort ingaan op de 3 overige categorieën (synthesizers, workstations en MIDI-keyboards).

Digitale piano’s

Zoals hierboven al gezegd, zijn digitale piano’s de meest voor de hand liggende optie voor pianospelers.

Digitale piano’s bieden verschillende soorten pianogeluiden aan (vleugel, staande piano, honky-tonk piano,…) alsmede orgelgeluiden, strijkers en (vintage) elektrische piano’s (zoals bijvoorbeeld Fender Rhodes).

Vergeleken met synthesizers hebben digitale piano’s misschien wel een kleiner aantal verschillende geluiden, maar de kwaliteit van de geluiden is over het algemeen wel beter. Bovendien beschikken vrijwel alle digitale piano’s wel over een vorm van gewogen toetsen, terwijl dat bij synthesizers meestal niet zo is.

Je kunt twee soorten digitale piano’s onderscheiden:

  • Console piano’s
  • Stage piano’s

Een console piano is een staande digitale piano die op een houten frame is gebouwd zodat deze op een echte staande piano lijkt. Meestal zijn pedalen geïntegreerd met de piano.

Het geluid wordt door ingebouwde luidsprekers weergegeven, maar je kunt natuurlijk ook een koptelefoon aansluiten (en de luidsprekers daarbij uitschakelen), zodat je zelfs nog midden in de nacht kunt spelen zonder je buren te storen.

Je kunt ober het algemeen ook je digitale piano via een direct output verbinden met een externe versterker (als je bijvoorbeeld een optreden hebt waarbij het geluidsvolume van de ingebouwde luidsprekers niet voldoende is).

Je zou best kunnen zeggen dat een console piano voor thuisgebruik een ideale keuze is.

Een stage piano biedt over het algemeen dezelfde geluiden met dezelfde geluidskwaliteit aan als een console piano, alleen heeft deze geen houten frame, waardoor een stage piano veel geschikter is om mee op te treden. Een stage piano moet daarvoor wel op een keyboardstandaard (of eventueel een tafel) gezet worden.

Pedalen zijn niet met deze soort digitale piano geïntegreerd, maar deze kunnen wel op de piano worden aangesloten en worden ook meestal wel (maar niet altijd!) met de piano meegeleverd.

Sommige stagepiano’s hebben ingebouwde luidsprekers, maar de betere modellen hebben dat niet: die moeten met een externe versterker worden verbonden (of je kunt ook een koptelefoon aansluiten). Voor thuisgebruik is het dan aan te raden studiomonitoren aan te sluiten (meer hierover verderop in dit artikel).

Hieronder vind je de beoordelingen van de digitale piano’s in de top-9. Deze zijn onderverdeeld in 3 prijssegmenten:

  1. Tot zo’n 600 €.
  2. Van 600 € tot ongeveer 1600 €.
  3. Vanaf 1600 €.

Ben je een beginnende pianospeler, dan bevind je je zeer waarschijnlijk in de eerste categorie.

Als je al een tijdje pianospeelt, maar je hebt nog steeds je eerste beginnerspiano en je zoekt toch iets beters, dan vind je naar alle waarschijnlijkheid wel iets in de tweede categorie.

Geavanceerde en professionele pianospelers hebben het meest baat bij een digitale piano uit de derde categorie.

Zoals al eerder gezegd hebben sommige digitale piano’s (zeker die in de hoogste prijscategorie) geen ingebouwde luidsprekers. Ik zal daarom na de bespreking van de top-9 digitale piano’s ook aanbevelingen doen voor studiomonitoren (studio luidsprekers met ingebouwde versterker).

Top-9 digitale piano’s/keyboards

Eerste prijssegment: tot ongeveer 600 €

Yamaha P45

De Yamaha P45 is een uitstekende digitale piano voor de beginnende pianospeler.

De piano heeft 10 geluiden: 2 vleugels, 2 elektronische piano’s, 2 orgels, strijkers, 2 klavecimbels en een vibrafoon.

De P45 is via een USB MIDI-aansluiting met een computer te verbinden.

De P45 is 64-stemmig polyfoon, wat betekent dat je 64 tonen tegelijkertijd kunt laten horen. Dat lijkt vreemd, omdat je maar met maximaal 10 vingers tegelijk je instrument kunt bespelen, maar als je je digitale piano via MIDI met een computer verbindt, dan kun je je piano zo wél verschillende instrumenten tegelijk laten spelen. Bovendien is het handig als je gebruik maakt van je sustain pedaal, want daarmee kom je al snel op veel meer tonen uit dan 10 tegelijk (zelfs met maar een soort pianogeluid).

De P45 heeft 88 gewogen toetsen, waarmee je een zwaardere aanslag voelt in de lage tonen en een lichtere in de hogere tonen, zodat daarmee het echte pianogevoel goed geïmiteerd wordt.

Met de dual mode functie kun je 2 verschillende geluiden tegelijkertijd laten klinken, het is bijvoorbeeld mogelijk een piano en strijkers te combineren.

Ook is het mogelijk met de duo mode functie om het klavier in tweeën te delen zodat je met twee personen tegelijk kunt spelen. Heel handig voor het spelen samen met een pianoleraar.

De P45 beschikt over 2 geïntegreerde 6W luidsprekers en weegt 11,5 kg.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Yamaha P45 op bax-shop.nl

Yamaha P125

De Yamaha P125 is Yamaha ’s beste digitale piano in dit prijssegment. Daarom is de P125 een van de meest populaire digitale piano’s op de markt.

Hij is wel iets duurder dan de P45, maar de extra kosten zijn het zeker waard.

De P125 heeft 24 geluiden.

MIDI is, net zoals bij de P45 via een USB-verbinding beschikbaar.

De P125 heeft net als de P45 88 gewogen toetsen. In plaats van 64-stemmig polyfoon zoals de P45, is de P125 192-stemmig polyfoon (3 keer zo veel dus)!

Ook beschikt de P125 net als de P45 over de duo mode functie (zie de P45 voor uitleg hierover).

Op de AUX-uitgangen is het mogelijk om externe luidsprekers (zoals studio monitoren) aan te sluiten.

Een extraatje (niet in de P45 aanwezig) is de “sound booster”. Als je met andere instrumenten samen speelt, dan kun je je piano een extra ‘boost’ geven om hem beter te laten uitkomen zodat het pianogeluid niet verloren gaat in het totale bandgeluid. Heel handig voor liveoptredens dus.

Een andere handige optie (ook niet op de P45 aanwezig) is de mogelijkheid jezelf op te nemen. Heel fijn als je piano leert spelen.

De P125 heeft 4 ingebouwde 7W luidsprekers en weegt 11,8 kg.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Yamaha P125 (zwart) op bax-shop.nl Bekijk Yamaha P125 (wit) op bax-shop.nl

Casio PX-S1000

Een andere geweldige digitale piano voor beginners is de Casio PX-S1000.

De PX-S100 heeft 18 verschillende geluiden, waaronder vleugel, jazz piano, bright piano en orchestr.

Hij beschikt over 88 gewogen toetsen en heeft een polyfonie van 192 noten.

Het is ook mogelijk om 2 geluiden zoals bijvoorbeeld piano en strijkers tegelijkertijd te laten klinken, zoals de dual mode bij Yamaha piano’s.

De duet mode bij de PX-S1000 is vergelijkbaar met de duo mode bij Yamaha piano’s: je kunt het klavier in tweeën delen om zo met 2 personen tegelijk te kunnen spelen.

En ook met de Casio PX-S1000 kan je jezelf opnemen.

Met de USB MIDI verbinding kan de Casio met de computer worden verbonden.

De PX-S1000 heeft 2 ingebouwde luidsprekers en weegt 11,2 kg.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Casio PX-S1000 (zwart) op bax-shop.nl Bekijk Casio PX-S1000 (wit) op bax-shop.nl Bekijk Casio PX-S1000 (rood) op bax-shop.nl

In de volgende tabel kun je de Yamaha P45, de Yamaha P125 en de Casio PX-S1000 met elkaar vergelijken:

Yamaha P45Yamaha P125Casio PX-S1000
Hoogte15,4 cm16,6 cm10,2 cm
Breedte132,6 cm132,6 cm132,2 cm
Diepte29,5 cm29,5 cm23,3 cm
Gewicht11,5 kg11,8 kg11,2 kg
EqualizerNeeJaNee
USB-poortJaJaJa
Koptelefoon uitgangJaJaJa
Aantal toetsen888888
Ingebouwde luidsprekersJaJaJa
MetronoomJaJaJa
Jezelf opnemenNeeJaJa
Aantal geluiden102418
AanslaggevoeligJaJaJa
Polyfonie64192192
Gewogen toetsenJaJaJa
Aantal koptelefoon aansluitingen122

Tweede prijssegment: van 600 € tot ongeveer 1600 €

Casio PX870

Digitale piano’s in dit tweede prijssegment klinken beduidend beter dan de digitale piano’s in het eerste prijssegment, en dat wordt al meteen duidelijk als je het geluid van de Casio PX870 vergelijkt met die van de Casio PX-S1000.

De PX870 klinkt zo veel meer als een echte piano dan de PX-S1000. Het geluid bezit zoveel meer diepte en klinkt tegelijkertijd toch helderder. De PX870 heeft ook een veel groter dynamisch bereik (= het verschil tussen hard en zacht spelen).

Voor een beginner gaat deze digitale piano misschien wel over zijn budget, maar een iets geavanceerdere speler zal zeker zijn geluiden en functionaliteit kunnen waarderen.

De PX870 heeft 19 verschillende geluiden: vleugels, elektronische piano’s, klavecimbel, strijkers, orgels en een bas.

De functie “hall simulator” laat de piano klinken alsof je in een concertzaal zit te spelen.

De piano heeft 88 gewogen toetsen en een polyfonie van 256 noten.

Met de ingebouwde opnamefunctie kun je jezelf opnemen en weer afspelen en een USB aansluiting zorgt voor een eventuele verbinding met de computer.

 Net zoals de PX-S1000 beschikt de PX870 over een duet mode, waardoor je samen met iemand anders kan spelen door het klavier in tweeën te delen.

De PX870 heeft 4 ingebouwde krachtige luidsprekers waarmee je op hoog volume kunt spelen zonder dat dat afdoet aan de klankkwaliteit. Je kunt natuurlijk ook externe luidsprekers (studio monitoren) op de PX870 aansluiten.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Casio PX870 (zwart) op bax-shop.nl Bekijk Casio PX870 (wit) op bax-shop.nl Bekijk Casio PX870 (bruin) op bax-shop.nl

Korg SV1

Toegegeven, de Korg SV1 zit wel aan de boven limiet van de prijs in zijn prijssegment, maar het is absoluut een fantastische digitale piano voor wat betreft geluidskwaliteit, design en het aantal geluiden.

De SV1 heeft in totaal 36 verschillende geluiden (veel meer dan zijn concurrenten in dit prijssegment), verdeeld over 6 geluidenbanken met ieder 6 geluiden.

De 6 geluidenbanken zijn:

  • Elektrische piano 1
  • Elektrische piano 2
  • Clav
  • Piano
  • Orgel
  • Andere (3 strijkers, koor, 2 blaasinstrumenten)

MIDI-aansluitingen voor verbinding met de computer zijn mogelijk met USB, maar ook met de klassieke MIDI IN/OUT-verbindingen.

De 88 gewogen toetsen samen met de zeer goede klankkwaliteit zorgen ervoor dat de SV1 als een echte piano aanvoelt. Er is overigens ook een versie beschikbaar met 73 toetsen, dat zou een optie kunnen zijn voor diegenen die vaak optreden.

Met de Korg SV1 heb je de mogelijkheid elk geluid met de ingebouwde equalizer en verschillende effecten en versterkermodellen te finetunen.

De SV1 heeft geen ingebouwde luidsprekers, dus je zult gebruik moeten maken van externe versterking en luidsprekers (bijvoorbeeld studio monitoren), of je moet een koptelefoon gebruiken.

Aangezien het hier om een hoogwaardige digitale piano gaat, is deze niet alleen voorzien van gewone jack-uitgangen, maar beschikt de SV1 ook over gebalanceerde XLR-uitgangen voor een betere signaaloverdracht.

De versie met 88 toetsen weegt 20,6 kg en de versie met 73 toetsen weegt 17,2 kg.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Korg SV1 (88 toetsen) op bax-shop.nl Bekijk Korg SV1 (73 toetsen) op bax-shop.nl

Yamaha YDP144

De laatste digitale piano in dit prijssegment is de Yamaha YDP144 die 10 verschillende geluiden onder de motorkap heeft: vleugels, elektrische piano’s, klavecimbel, vibrafoon, orgels en strijkers.

De YDP144 heeft 88 gewogen toetsen en heeft een polyfonie van 192.

Hij beschikt over verschillende effecten zoals reverb, chorus, delay en een equalizer.

Ook kun je met de YDP144 jezelf opnemen en afspelen en je kunt hem via een USB-aansluiting met de computer verbinden.

Net zoals een echte piano, speelt de YDP144 iets zwaarder in het lage bereik dan in het hoge bereik.

De duo mode deelt het klavier in tweeën (net zoals de andere Yamaha-modellen uit het eerste prijssegment), zodat je hem met zijn tweeën tegelijk kunt bespelen en de dual mode laat je 2 verschillende geluiden tegelijkertijd spelen (bijvoorbeeld pinao en strijkers).

De YDP144 heeft 2 ingebouwde luidsprekers en weegt 38 kg.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Yamaha YDP144 (zwart) op bax-shop.nl Bekijk Yamaha YDP144 (wit) op bax-shop.nl Bekijk Yamaha YDP144 (rosewood) op bax-shop.nl

In de volgende tabel kun je de Casio PX870, de Korg SV1 en de Yamaha YDP144 met elkaar vergelijken:

Casio PX870Korg SV1Yamaha YDP144
Hoogte80,1 cm15,7 cm81,5 cm
Breedte139,3 cm135,6 cm135,7 cm
Diepte29,9 cm34,7 cm42,2 cm
Gewicht34,3 kg20,6 kg38 kg
USB-poortJaJaJa
Koptelefoon uitgangJaJaJa
Aantal toetsen888888
Ingebouwde luidsprekersJaNeeJa
MetronoomJaNeeJa
Jezelf opnemenJaNeeJa
Aantal geluiden193610
AanslaggevoeligJaJaJa
Polyfonie25680192
Gewogen toetsenJaJaJa
Aantal koptelefoon aansluitingen212

Derde prijssegment: vanaf ongeveer 1600 €

Roland RD2000

Met de Roland RD2000 digitale piano komen we uiteindelijk in het hoogste prijssegment aan.

De piano’s in dit prijssegment zijn echt bedoeld voor de geavanceerde en professionele pianospelers.

De geluiden die bij piano’s uit dit prijssegment horen zijn van professionele kwaliteit en het aantal geluiden dat bij dergelijke piano’s geleverd wordt is vaak hoger dan enkele honderden verschillende geluiden.

De RD2000 heeft meer dan 1100 geluiden waaronder verschillende soorten vleugels, elektrische piano’s, orgels, vintage keyboard-geluiden, synthesizers… en kan worden aangevuld met geluiden die van Rolands website zijn te downloaden.

Met de vele controllers is het mogelijk elk geluid aan je eigen wensen aan te passen, en je kunt deze instellingen vervolgens opslaan zodat je deze met een druk op een knop weer tevoorschijn kunt halen.

De RD2000 beschikt over zeer uitgebreide effecten zoals equalizer, reverb, delay, tremolo, een rotary-effect voor orgelgeluiden en versterker-simulaties.

De RD2000 heeft 88 gewogen toetsen en een polyfonie van 128 tonen.

De RD2000 kan met de computer worden verbonden via USB of met een klassieke MIDI IN/OUT-aansluiting.

De RD2000 heeft geen ingebouwde luidsprekers, dus zul je of studio monitoren moeten gebruiken, of een koptelefoon.

Net zoals de SV1 is het mogelijk de RD2000 aan te sluiten via zowel jack-aansluitingen alsook XLR voor betere signaaloverdracht.

De RD2000 weegt 21,7 kg.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Roland RD2000 op bax-shop.nl

Nord Electro 6

De Nord Electro 6 is een geweldig instrument met de meest prachtige piano-, orgel- en synthesizergeluiden.

De Electro 6 beschikt over 3 verschillende instrument-secties (piano, orgel en synthesizer) en een effect-sectie (tremolo, wah, phaser, flanger, chorus, delay, reverb, equalizer, versterkersimulaties en nog veel meer).

Met de MIDI IN/OUT en de USB-aansluiting kan de Electro 6 met de computer verbonden worden, om deze bijvoorbeeld te gebruiken met Digital Audio Workstation (DAW) software.

Er zijn 3 versies van de Electro 6 beschikbaar:

  • de Nord Electro 6 HP (73 gewogen toetsen, 11,4 kg)
  • de Nord Electro 6 D73 (73 semi-gewogen toetsen, 9,2 kg)
  • de Nord Electro 6 D61 (61 semi-gewogen toetsen, 8,1 kg)

De maximale polyfonie van de Electro 6 is 120 (piano-sectie).

De piano-sectie

De ‘piano-library’ heeft een geheugen van 1 GB en biedt een heel groot scala aan piano- en klavecimbelgeluiden. Bovendien is het mogelijk meer geluiden te downloaden via de website van Nord.

De orgel-sectie

De orgel-sectie bevat simulaties van onder andere de Farfisa, de Vox en pijporgels en biedt ook een rotary-luidspreker simulatie.

De synthesizer-sectie

De synthesizer-sectie bevat een breed scala aan geluiden, waaronder de Mellotron. Met de Nord Sample Editor kan je elk geluid maken dat je wilt.

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Nord Electro 6 HP op bax-shop.nl Bekijk Nord Electro 6 D73 op bax-shop.nl Bekijk Nord Electro 6 D61 op bax-shop.nl

Nord Stage 3

Dit is absoluut een van de beste digitale stage piano’s die er op de markt te verkrijgen zijn.

De Stage 3 bevat 3 instrument-secties (piano, orgel en synthesizer) en een effect-sectie (reverb, delay, compressor en nog veel meer) met instelbare parameters. Met de effect-sectie kun je elk geluid helemaal naar eigen wens aanpassen.

Met behulp van MIDI IN/OUT of de USB-aansluiting, kun je de Stage 3 met de computer verbinden om bijvoorbeeld met Digital Audio Workstation (DAW) software te werken.

In vergelijking met zijn voorganger (de Nord Stage 2), beschikt de Stage 3 over:

  • 2 GB-geheugen voor de piano’s (in plaats van 1 GB voor de Stage 2).
  • Naadloze overgangen bij het veranderen van programma’s/geluiden (handig voor live-situaties)
  • Polyfonie van 120 (60 voor de Stage 2)

Er zijn 3 versies van de Stage 3:

  • de Nord Stage 3 HA88 (88 gewogen toetsen, 19 kg)
  • de Nord Stage 3 HP76 (76 gewogen toetsen, 12,5 kg)
  • de Nord Stage 3 Compact (73 semi-gewogen toetsen, 10 kg)

De piano-sectie

De ‘piano-library’ heeft een geheugen van 2 GB en biedt een heel groot scala aan geluiden (zoals de Wurlitzer, de Fender Rhodes en meer).Bovendien is het mogelijk meer geluiden te downloaden via de website van Nord.

De orgel-sectie

De Nord Stage 3 biedt je een Hammond B3-simulatie, rotary-luidsprekersimulatie en simulaties van pijporgels, de Vox Continental en de Farfisa Compact.

De Stage 3 HA88 en HP76 hebben LED drawbars voor de orgelsectie, terwijl de Stage 3 Compact echte fysieke drawbars heeft om je orgelgeluiden aan te passen.

De synthesizer-sectie

De nieuwe oscillator-sectie van de Stage 3 biedt 5 categorieën:

Classic, Wave, Formant, Sample en Super Wave (S-wave).

Met de sampler kun je vooraf opgenomen geluiden afspelen. Ook kun je van Nord’s website (of andere websites) samples downloaden en je kunt bovendien je eigen samples inladen (met speciale software op je computer).

Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk Nord Stage 3 HA88 op bax-shop.nl Bekijk Nord Stage 3 HP76 op bax-shop.nl Bekijk Nord Stage 3 Compact op bax-shop.nl

In de volgende tabel kun je de Roland RD2000, de Nord Electro 6 en de Nord Stage 3 met elkaar vergelijken:

Roland RD2000Nord Electro 6Nord Stage 3
Hoogte14 cm12,1 cm11,8 cm
Breedte141,2 cm107,4 cm128,7 cm
Diepte36,7 cm34,4 cm33,4 cm
Gewicht21,7 kg11,4 kg19 kg
USB-poortJaJaJa
Koptelefoon uitgangJaJaJa
Aantal toetsen8873*88**
Ingebouwde luidsprekersNeeNeeNee
Aantal geluiden1100honderden***honderden***
AanslaggevoeligJaJaJa
Polyfonie128120120
Gewogen toetsenJaJa*Ja**

*: de Nord Electro 6HP

**: de Nord Stage 3 HA88

***: meer geluiden kunnen worden gedownload via de website van Nord

Studio monitoren

(terug naar boven)

Als je een digitale piano zonder ingebouwde luidsprekers koopt, dan heb je externe luidsprekers met versterking nodig (of je moet genoegen nemen over een koptelefoon te spelen). Voor thuisgebruik is het dan aan te raden om studio monitoren te gebruiken. Dit zijn luidsprekers met ingebouwde versterkers die normaal gesproken in geluidsstudio’s gebruikt worden.

Houd er rekening mee dat die monitoren niet voldoende geluidsvolume produceren voor liveoptredens, ze zijn voor thuisgebruik (of in de geluidsstudio).

Ik heb hieronder een keuze gemaakt van 2 goede en betaalbare studio monitors die perfect geschikt zijn voor digitale piano’s:

PRESONUS ERIS E4.5

Betaalbare solide monitors met een goed geluid.
De linker luidspreker dient als versterker voor beide luidsprekers.
2×25 W class AB versterker.
Frequentierespons: 70 Hz – 20 kHz
100 dB max peak SPL
Ingangen:
– Ongebalanceerde stereo mini-jack 3,5 mm
– Ongebalanceerde RCA
– Gebalanceerde ¼ “ TRS
Afmetingen: 180mm x 163 mm x 241 mm
Gewicht: 5,9 kg

KRK RP5 G4

Iets duurder dan de PreSonus, maar wel met een betere geluidskwaliteit.
Elke luidspreker bezit zijn eigen ingebouwde versterker.
2x55W class AB versterker
Frequentierespons: 43 Hz-40 kHz
104 dB max peak SPL
Ingangen :
– Gebalanceerde ¼ “ TRS
– Gebalanceerde XLR
Afmetingen: 258 mm x 190 mm x 241 mm
Gewicht: 4,9 kg


Bekijk prijs en beoordelingen op bax-shop.nl:

Bekijk PreSonus Eris E4.5 op bax-shop.nl

LET OP! Voor de KRK RP5 G4: prijs is per stuk, voor stereo heb je 2 stuks nodig!

Bekijk KRK RP5 G4 op bax-shop.nl

Synthesizers

Synthesizers zijn elektronische instrumenten die elektrische signalen produceren en combineren die voor het definitieve geluid zorgen. Vroeger waren synthesizers analoge instrumenten die de uitgangen van verschillende analoge oscillators combineerden tot een uiteindelijk geluid.

Op die manier werden geheel nieuwe geluiden gecreëerd die volledig anders waren dan die van oorspronkelijke muziekinstrumenten zoals de piano, orgel of om het eender welk ander instrument.

Tegenwoordig worden digitale synthesizers gebruikt die de oude analoge synthesizers met grote precisie kunnen nabootsen. Bovendien bieden huidige synthesizers vaak geluidssamples van piano’s, orgels, strijkers en meer aan.

Meestal worden synthesizers bespeeld met een geïntegreerd klavier, maar je kunt ze ook besturen via MIDI of USB met een sequencer zoals een MIDI-keyboard, wind controllers, elektronische drums, een gitaarsynthesizer, enzovoort.

Je kunt zelfs een synthesizer zonder klavier hebben in de vorm van een geluidenmodule. In dat geval heb je dus een MIDI-keyboard of een van de andere hierboven genoemde controllers nodig.

Als je piano wilt leren spelen, is een synthesizer zeker niet je eerste keuze! Een synthesizer is eerder voor diegenen die graag experimenteren met verschillende geluiden, om die vervolgens in een band of in een (home) studio te gebruiken.

Workstations/Arranger

Een workstation is een synthesizer met heel veel geluiden aan boord, gecombineerd met een sequencer.

Je zou een workstation kunnen zien als een synthesizer met een ingebouwde volledige opnamestudio.

Met de ingebouwde opnamestudio kun je een hele band creëren: je schrijft de drum-, bas-, gitaar- en pianopartijen uit en de workstation speelt alle instrumenten tegelijk af en je kunt dus je eigen creatie afluisteren terwijl die door een volledige band gespeeld wordt.

Je kunt er zelfs audio over opnemen, dus je kunt zang of akoestische instrumenten toevoegen.

Workstations beschikken gewoonlijk over een interne harde schijf om je producties op te nemen en worden ook vaak geleverd met een CD-brander om je werk direct op een CD te kunnen branden.

Een workstation kun je dus gebruiken voor het componeren, opnemen en uitbrengen van muziek.

Merk op dat je precies hetzelfde kunt bereiken door een gewone synthesizer, een digitale piano of een MIDI-keyboard via een MIDI- of USB-aansluiting op een computer aan te sluiten. Tezamen met sequencing software (ook DAW-software genoemd (Digital Audio Software)) die op de computer geïnstalleerd is, heb je precies dezelfde functionaliteit als met een workstation.

Een arranger is een soort workstation die een hele band voor jou creëert. Je voert eenvoudig een akkoordenschema en een stijl (rock, jazz…) in en je kunt vervolgens erover meespelen. Dit is een ideale situatie voor one-man bands die een hele band nodig hebben om ze te begeleiden.

MIDI-keyboards

Een MIDI-keyboard produceert van zichzelf helemaal geen geluid. Ze worden gebruikt om apparaten die geluid produceren (zoals synthesizers, digitale piano’s, workstations, computers met software synthesizers en/of DAW-software en geluidenmodules die geen ingebouwd klavier hebben) aan te sturen.

De gegevensoverdracht van MIDI-keyboard naar het apparaat dat geluid produceert, gebeurt via een MIDI- of USB-verbinding.

Als je bijvoorbeeld een goede geluidenmodule hebt, of je wilt een software synthesizer gebruiken, dan is een MIDI-keyboard een prima optie.

De betere MIDI-keyboards hebben ook gewogen toetsen.

Weet dat de meeste digitale piano’s, synthesizers en workstations ook gewoon als MIDI-keyboard kunnen fungeren. In dat geval gebruik je dus niet de interne geluiden van je keyboard, maar die van een externe geluidsbron zoals een geluidenmodule, een software synthesizer of een ander keyboard of digitale piano.

Belangrijke accessoires

Pianokruk

Kies een goede pianokruk die verstelbaar is in hoogte.

Sustainpedaal

Als het sustainpedaal wordt ingedrukt, dan zal iedere noot die op de piano gespeeld wordt doorklinken totdat deze op een natuurlijke wijze uitsterft of totdat het sustainpedaal wordt losgelaten (let op: sommige orgelgeluiden sterven nooit uit, maar blijven altijd doorklinken zolang de toets of het sustainpedaal ingedrukt blijft).

Metronoom

Een metronoom produceert klikken op regelmatige tijdsintervallen. Je kunt het aantal ‘beats (klikken) per minut (bpm) instellen.

Je hebt een metronoom zeker nodig om te oefenen op de piano. Het zorgt ervoor dat je een regelmatig ritme aanhoudt, dat je niet versnelt of vertraagt.

Tegenwoordig heb je digitale metronomen die een digitaal klikje of bliepje produceren. Ze zijn over het algemeen niet duur, maar eerlijk gezegd kun je gewoon een gratis metronoom downloaden op je telefoon die prima geschikt is.

De meeste digitale piano’s uit het eerste prijssegment en een enkele digitale piano uit het tweede prijssegment hebben al een ingebouwde metronoom aan boord.

Koptelefoon

Met een koptelefoon kun je ook ’s nachts op je digitale piano spelen zonder je buren te storen.

Muziekstandaard

Je hebt een muziekstandaard nodig om je bladmuziek of lead sheets op te kunnen zetten. Op sommige keyboards zit er al een, maar zo niet: don’t worry, be happy, ze zijn niet zo heel duur.

Keyboardstandaard

Je kunt je keyboard/digitale piano natuurlijk op een tafel(tje) zetten, maar je tafel(tje) zal waarschijnlijk niet de ideale hoogte hebben. Het is natuurlijk beter om een keyboardstandaard te hebben (die in hoogte verstelbaar is). Ze zijn meestal niet zo duur en bestaan in allerlei maten en kleuren.

Als je een console model piano hebt, dan heb je natuurlijk ook geen standaard nodig.

Begrippenlijst

Aftertouch

De meeste elektronische keyboards/digitale piano’s reageren op de druk die wordt uitgeoefend na het indrukken van de toets. Dit wordt aftertouch genoemd. Met aftertouch kun je bijvoorbeeld vibrato, volume of andere parameters besturen.

MIDI

MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een communicatieprotocol dat gebruikt wordt om informatie over geluid tussen een zendapparaat (bijvoorbeeld een MIDI-keyboard) en een ontvangapparaat (bijvoorbeeld een geluidenmodule) te versturen.

Deze informatie bevat niet het geluid zelf, maar informatie over welke noot gespeeld wordt, hoe lang die noot wordt gespeeld, met welk volume, welk instrument, en dergelijke.

Multitimbraal

Een keyboard dat multitimbraal is, kan verschillende instrumenten tegelijkertijd laten klinken.

Met een multitimbraal keyboard zou je dus een hele band met verschillende instrumenten kunnen afspelen.

Als een keyboard bijvoorbeeld 16 kanalen multitimbraal is, dan kan dat keyboard 16 verschillende instrumenten tegelijkertijd afspelen (over 16 verschillende MIDI-kanalen).

Polyfonie

Polyfonie refereert aan het maximale aantal noten dat een keyboard of geluidenmodule tegelijk kan afspelen. Je zou misschien verwachten dat een polyfonie van 10 voldoende zou moeten zijn, aangezien we maar 10 vingers hebben. Maar als je het sustainpedaal gebruikt, dan overschrijd je al heel snel deze limiet. Als je verschillende instrumenten tegelijk speelt (bijvoorbeeld via MIDI), dan gaat het ook heel snel met het aantal noten.

Moderne keyboards hebben een polyfonie van 128, 192 of soms wel 256 noten.

Sequencer

Een sequencer is een programmeerbaar apparaat dat noten, akkoorden en ritmes kan afspelen die via MIDI overdragen kunnen worden naar een keyboard of een geluidenmodule. Een sequencer kan een fysiek hardware apparaat zijn, maar ook een computerprogramma (DAW-software).

Aanslaggevoeligheid

Een keyboard/digitale piano met aanslaggevoelige toetsen reageert op de snelheid waarmee een toets wordt ingedrukt. Een hogere snelheid resulteert in een luidere noot. Dit bootst de akoestische piano na waarin de snelheid waarmee je een toets aanslaat bepaalt hoe snel de hamer tegen de pianosnaren slaat wat op zijn beurt weer het volume van de noot bepaalt.

Behalve heel goedkope speelgoedpiano’s zijn vrijwel alle moderne keyboards/digitale piano’s aanslaggevoelig.

Noten leren lezen – Toonsoort

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

In de lessen “De muzieknoten op de G-sleutel” en “De muzieknoten op de F-sleutel” heb je geleerd hoe de ‘witte toets-noten’ in een notenbalk kunt opschrijven.

Hoe kun je ‘zwarte toets-noten’ (dus de noten met mollen en kruizen) in een notenbalk noteren?

Wat is een toonsoort? En wat zijn voortekens?

Je leert het allemaal in deze les.

Kruizen en mollen

Een noot met een kruis kan heel eenvoudig in een notenbalk worden opgeschreven door een kruis vlak voor de noot in de notenbalk weer te geven. Het midden van het kruis staat dan op dezelfde hoogte als de noot.

Dit is bijvoorbeeld een Fis (F#):

Fis

En dit is een Dis (D#):

Dis

En voor een noot met een mol schrijf je eenvoudigweg een molteken vlak voor de noot in de notenbalk.

Dit is een Ges (Gb):

Ges

En dit is een Es (Eb):

Es

Het kruis- of molteken is alleen geldig in de maat waarin deze geplaatst is (en pas vanaf het moment dat deze gebruikt wordt). Na een maatstreep verliest het kruis- of molteken zijn geldigheid.

Zo zijn de noten in de eerste maat van het volgende voorbeeld:

Fis      G      A       Fis

voorbeeld kruisteken

Maar de noten in de tweede maat zijn gewoon weer:

F      G      A      F

Het kruisteken in de eerste maat is dus alleen geldig in die maat, niet meer in de volgende maat.

Maar stel nou dat ik in de eerste maat de noten:

Fis      G      A      F

had gewild? Hoe moet je dat dan opschrijven?

Daarvoor hebben we het herstellingsteken. Het herstellingsteken annuleert een eerder in de maat gebruikt kruis- of molteken.

Dus, wil je in de eerste maat de noten:

Fis      G      A      F,

dan kun je dat als volgt weergeven:

voorbeeld herstellingsteken

Dezelfde regels gelden ook wanneer je een molteken gebruikt:

  • Een molteken is geldig vanaf het moment dat het gebruikt wordt tot het einde van de maat.
  • Je kunt een molteken annuleren met het herstellingsteken.

Toonsoort

Kijk eens naar de volgende melodie (de eerste lijn van “Roodborstje tikt tegen het raam”), die in dit geval in F majeur wordt gespeeld:

melodie in toonsoort F majeur - 1

Je ziet dat er één noot met een mol in voorkomt, de Bes (Bb). Dat is volkomen normaal, aangezien de F majeur toonladder precies één mol heeft, de Bes!

Je kunt dus verwachten dat de Bes in de rest van de melodie nog wel een aantal keer zal voorkomen, aangezien het nummer immers in F majeur staat.

En dat is inderdaad het geval. Kijk maar eens naar de volgende lijn in het stuk:

melodie in toonsoort F majeur - 2

Als ik de hele melodie van “Roodborstje tikt tegen het raam” zou weergeven, dan zou je zien dat er nog veel meer Bes’en in voorkomen.

Zou het niet veel eenvoudiger zijn om in het begin van de notenbalk aan te kunnen geven dat elke B eigenlijk een Bes is? Dan hoeven we niet elke keer het molteken weer te geven.

Wel, dat is precies wat we normaal gesproken ook doen: we  schrijven het molteken op de plaats van de B-lijn in het begin van de notenbalk tussen de sleutel (G-sleutel of F-sleutel) en de maatsoort in.

Je kunt dus nu de muziek voor “Roodborstje tikt tegen het raam” als volgt opschrijven (de eerste 2 lijnen):

melodie in toonsoort F majeur - 3

Het molteken dat tussen de sleutel en de maatsoort wordt geplaatst geldt dus voor het hele nummer!

Merk op dat niet alleen de B’s op de derde lijn van de notenbalk een Bes worden, maar alle B’s. De volgende noot is dus ook een Bes:

Bes

Kruis- en moltekens die tussen de sleutel en de maatsoort staan, geven aan in welke toonsoort een nummer staat.

In de bovenstaande voorbeelden (één molteken zodat een B een Bes wordt) is de toonsoort F majeur.

Maar pas op! Er is nog een andere toonsoort die ook alleen de Bes als zwarte toest-noot in de toonladder heeft.

Vergeet niet dat elke majeur toonladder zijn parallelle mineur heeft. Deze heeft dus dezelfde kruizen of mollen in de toonladder.

De parallelle mineur van F majeur is D mineur. De D mineur toonladder heeft ook alleen de Bes als zwarte toets-noot.

Een muziekstuk dat als volgt begint kan dus in de toonsoort F majeur of D mineur staan:

Toonsoort F majeur of D mineur

Voortekens

De kruizen of mollen die tussen de sleutel en de maatsoort worden geplaatst worden voortekens genoemd.

Elke toonsoort heeft dus zijn eigen voortekens.

Zo heeft muziek die in de toonsoort G majeur staat (en dus als zwarte toets-noot Fis bevat) het volgende voorteken:

Toonsoort G majeur of E mineur

Merk op dat hetzelfde voorteken ook voor de parallelle mineur van G majeur wordt gebruikt, dit is dus E mineur.

Opmerking: Een herstellingsteken kan ook een voorteken annuleren. Dit geldt dan alleen vanaf het moment dat het herstellingsteken gebruikt wordt tot het einde van de maat waarin het herstellingsteken voorkomt. Dit wordt in het volgende voorbeeld geïllustreerd:

Herstellingsteken

Andere toonsoorten

In een kwintencirkel kun je heel mooi en overzichtelijk alle toonsoorten (majeur en mineur) met hun voortekens weergeven:

kwintencirkel met alle toonsoorten

De volgende oefeningen zijn uitstekend om toonsoorten en voortekens onder de knie te krijgen.

Deze oefeningen zijn ook afsluitende oefeningen om noten te leren lezen. Je oefent hier dus niet alleen toonsoorten en voortekens, maar ook andere zaken die met muzieknoten lezen te maken hebben, dus bijvoorbeeld: G-sleutel en F-sleutel, ritme-oefeningen, rusten, … enzoverder.

Aanbevolen oefeningen

Muzieknoten lezen – Niveau I

Muzieknoten lezen – Niveau II

Noten leren lezen – Maatsoort

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.

De muzieknoten op een notenbalk worden onderverdeeld in maten.

Hoeveel tellen gaan er in een maat? Dat hangt van de maatsoort af, zoals je in deze les zult ontdekken.

Hoeveel noten passen er in 1 maat?

Je hoort vaak muzikanten als volgt aftellen voordat ze beginnen te spelen: 1 – 2 – 3 – 4!

Wat ze doen, is eigenlijk het aantal tellen in één maat aftellen, 4 dus.

Je zou zelfs gedurende het hele nummer “1 – 2 – 3 – 4 , 1- 2 – 3 – 4…” kunnen blijven doortellen (als tenminste de maatsoort niet verandert tijdens het nummer).

De meeste muziek bestaat uit 4 tellen per maat (maar dus niet alle muziek).

Een ander veel voorkomend aantal tellen in één maat is 3 tellen per maat. Een voorbeeld hiervan is een wals.

Deze 2 zijn de 2 meest voorkomende aantal tellen per maat, maar andere aantallen komen ook voor.

Maatsoort: vierkwartsmaat

Zoals ik al zei: de meeste muziek is geschreven in vierkwartsmaat.

In een nummer dat in vierkwartsmaat staat, zijn er 4 tellen in elke maat. Hopelijk herinner je je dat elke tel overeenkomt met een kwart noot (meestal, in ieder geval wel in vierkwartsmaat). In elke maat passen dus 4 kwart noten, vandaar dat de naam van deze maatsoort “vierkwartsmaat” is.

Om aan te geven dat een stuk in vierkwartsmaat is, schrijven we vlak na de sleutel (G sleutel of F sleutel) het volgende symbool:

vierkwartsmaat 1

Het symbool lijkt veel op de rekenkundige vier kwart ( 44 ), alleen wordt de breukstreep niet geschreven.

Je kunt het symbool als volgt ontleden: de onderste 4 (de kwart) geeft aan welke noot (de kwart noot) overeenkomt met een tel. De bovenste 4 geeft aan dat er 4 van zulke noten (4 kwart noten dus) in één maat zitten.

Aangezien de vierkwartsmaat zoveel voorkomt, wordt er vaak ook een ander symbool gebruikt:

vierkwartsmaat 2

Natuurlijk betekent “4 kwart noten per maat” niet dat er alleen maar kwart noten in de maat zitten. Het betekent dat de totale duur van alle nootwaarden in de maat precies 4 tellen is (en waarbij een tel een tijdsduur heeft die overeenkomt met een kwart noot).

Een maat kan bijvoorbeeld bestaan uit een hele noot, of uit 2 halve noten, of uit een halve noot en 2 kwart noten. Een maat kan bestaan uit 8 achtste noten, of uit 4 achtste noten en 2 kwart noten, enzoverder, zolang de totale tijdsduur maar 4 tellen is.

Voorbeeld

In het volgende voorbeeld zie je de eerste 2 maten van een liedje (roodborstje tikt tegen het raam) in vierkwartsmaat. Je ziet dat de maten worden gescheiden door verticale lijnen. Onder de notenbalk staat aangegeven met hoeveel tellen een noot (of een groepje noten) overeenkomt. Als je alle tellen in één maat bij elkaar optelt, dan kom je steeds op 4 tellen uit.

Kijk en luister naar het voorbeeld en probeer mee te tellen (dus: 1 – 2 – 3 – 4 , 1 – 2 – 3 – 4 …). Probeer daarbij te bepalen welke noten in de notenbalk precies op tel 1, tel 2, … enzoverder vallen.

De metronoom start met 4 tellen vooraf.

vierkwartsmaat voorbeeld

Als je het goed hebt gedaan zou je op het volgende moeten uitkomen:

vierkwartsmaat tel nummer

Maatsoort: driekwartsmaat

In muziek in driekwartsmaat zijn er 3 kwart noten per maat. Elke kwart noot komt overeen met een tel.

Natuurlijk zijn ook hier weer combinaties van nootduren mogelijk die samen 3 tellen opleveren, zoals bijvoorbeeld: 6 achtste noten, of bijvoorbeeld 2 kwart noten en 2 achtste noten, enzoverder.

Het symbool dat na de sleutel in de notenbalk wordt geplaatst bij muziek in driekwartsmaat is als volgt:

Voorbeeld

Als voorbeeld volgen hier de eerste paar maten van het nummer “Amazing Grace”, dat een nummer in driekwartsmaat is.

Amazing grace driekwartsmaat

Als je goed kijkt, zal je snel opvallen dat er iets vreemds aan de hand is: in de eerste maat staat er slechts één enkele kwart noot! In de andere maten klopt het aantal tellen wel: 3 per maat.

Dit gebeurt wel vaker aan het begin van muziek. De eerste maat is dan onvolledig (in dit geval bestaat de eerste maat uit alleen maar de laatste tel, tel 3, van een volledige maat). Dit wordt een ‘opmaat’ genoemd, of meer officieel: een ‘anacrouse’. Een opmaat kan ook uit een achtste noot  of een ander aantal tellen bestaan.

Kijk en luister naar “Amazing Grace”, een nummer in driekwartsmaat. Normaal gesproken zou ik de metronoom tot 3 laten tellen voor een stuk in driekwartsmaat, maar in dit geval neem ik ook nog de 2 ontbrekende tellen van de opmaat mee, dus je hoort de metronoom tot 5 tellen: 1 – 2 – 3 , 1 – 2 … en dan begint op tel 3 de eerste noot G van “Amazing Grace”.

Probeer goed mee te tellen tijdens het luisteren (dus nu: 1 – 2 – 3 , 1 – 2 – 3 … enzoverder). Je kunt meteen beginnen te tellen als de metronoom begint.

Andere maatsoorten

Er zijn nog vele andere (soms zeer exotische) maatsoorten, zoals bijvoorbeeld 11 achtsten (11 achtste noten in één maat, waarbij een achtste noot één tel is). Ik ga het nu niet over die complexe maatsoorten hebben, maar laat me je in ieder geval nog 2 maatsoorten tonen die je toch ook wel af en toe tegenkomt.

Maatsoort: 6 achtste maat

In een 6 achtste maatsoort zijn er 6 achtste noten in één maat. Elke achtste noot is één tel, en daarvan zijn er 6 in één maat, dus in totaal 6 tellen per maat.

Een voorbeeld van een liedje in 6 achtste maat is “Norwegian Wood” van de Beatles. Hieronder volgt de eerste lijn van Norwegian Wood (in notenschrift en geluidsfragment):

Norwegian wood 6 achtste maat

Misschien vraag je je af wat het verschil is tussen een driekwartsmaat en een 6 achtste maat. Je kunt namelijk in een muziekstuk in driekwartsmaat ook 6 achtste noten hebben, die zijn opgeteld namelijk ook precies drie kwart noten.

Het verschil ligt hem in het feit welke noten meer de nadruk krijgen.

Als je een muziekstuk hebt  in driekwartsmaat waar in een bepaalde maat 6 achtste noten voorkomen, dan zou je als volgt kunnen tellen: 1 – en – 2 – en  – 3 – en . De nadruk zal dan liggen op tel 1, 2 en 3. Je hebt hier dus eigenlijk 3 groepjes van 2 noten en zou dit als volgt moeten tellen: 1 – en – 2 – en – 3 – en …

In een muziekstuk in 6 achtste maat zal je eerder zo tellen: 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 .

De nadruk ligt hier op de tellen 1 en 4. Je hebt hier dus eigenlijk 2 groepjes van 3 noten en zou dit als volgt moeten tellen: 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6…

Maatsoort: Vijfkwartsmaat

Eén van de meest bekende stukken in vijfkwartsmaat is “Take Five” van Dave Brubeck. Hoeveel tellen gaan er in één maat in een muziekstuk in vijfkwartsmaat? Nou, 5 natuurlijk: 5 kwart noten.

Hieronder kun je naar “Take Five” luisteren. Kijk of het je lukt om mee te tellen met de muziek (1 – 2 – 3 – 4 – 5 , 1 – 2 – 3 – 4 – 5 …). De nadruk ligt op de tellen 1 en 4, dus: 1 – 2 – 3 – 4 – 5 , 1 – 2 – 3 – 4 – 5 …:

Noten leren lezen – De F sleutel

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Als je mijn les over de G sleutel hebt gelezen, dan weet je hoe je de noten op een notenbalk met een G sleutel kunt vinden. En misschien herinner je je dat we ezelsbruggetjes hadden om de plaatsen van die noten te onthouden?

Om snel de noten op een notenbalk met een F sleutel te leren, hebben we voor je ook een ezelsbruggetje. Lees snel verder om alles over de F sleutel te leren, de notenbalk voor de linkerhand.

Hoe vind je de noten op de F sleutel?

De F sleutel wordt het meest gebruikt voor noten vanaf de centrale C en lager. Dit is dus hoofdzakelijk voor de linkerhand. Dit is echter geen vaste regel. Je kunt noten weergeven op een notenbalk met een F sleutel die hoger zijn dan de centrale C. En soms worden noten op een notenbalk met F sleutel gespeeld met de rechterhand.

Op een notenbalk met een F sleutel staat in het begin van de notenbalk het volgende symbool:

F sleutel

Op de volgende notenbalk zie je de noten die op en tussen de lijnen worden weergegeven:

alle noten op F sleutel

De hoogste noot op de bovenste lijn is de A die vlak onder de centrale C ligt op het pianoklavier (een kleine terts onder de centrale C).

En hier is de ezelsbrug die je in het begin kan helpen om snel de noten te vinden op een notenbalk met een F sleutel (deze is voor de noten die op de lijnen van de notenbalk liggen):

Gisteren Begonnen De Feest Avonden

ezelsbrug F sleutel 1

Of je kunt er zelf één bedenken, bijvoorbeeld (pas op, deze is voor de noten tussen de lijnen):

Alle Cowboys Eten Graag

ezelsbrug F sleutel 2

Noten die buiten de notenbalk vallen

Net zoals bij de G sleutel, kun je bij de F sleutel ook noten weergeven die buiten de 5 lijnen van de notenbalk vallen. Als je je niet meer herinnert hoe dat in zijn werk gaat, kijk dan even terug naar de les over de G sleutel.

Kun jij zien welke noot hier weergegeven wordt?

lage B op F sleutel

Het is een (heel lage) B.

En deze?

centrale C op F sleutel

Wel, dat is eigenlijk een heel belangrijke noot om te onthouden: dat is namelijk de centrale C !

De centrale C bevindt zich op het eerste hulplijntje boven de notenbalk. Bij de G sleutel is het juist het eerste hulplijntje onder de notenbalk.

F sleutel en G sleutel tezamen

In bladmuziek voor piano vind je meestal beide sleutels boven elkaar weergegeven, de bovenste voor de rechterhand en de onderste voor de linkerhand, zoals bijvoorbeeld in de volgende figuur:

G sleutel en F sleutel

Zoals altijd is het belangrijk om veel te oefenen zodat je snel leert waar de noten zich op de notenbalk bevinden. Je kunt natuurlijk één van de ezelsbruggetjes gebruiken, maar die zijn eigenlijk alleen voor het begin. Als je tijdens het maken van muziek van notenbalken moet lezen, heb je natuurlijk geen tijd om elke keer de ezelsbruggetjes toe te passen: je moet meteen zien welke noot wordt weergegeven.

De onderstaande interactieve oefening is uitstekend om snel en effectief de noten op een notenbalk met F sleutel te leren.

Aanbevolen oefening

Plaats noten uit een F sleutel op een pianoklavier

Noten leren lezen – Rusten : hele rust, halve rust, kwart rust en meer

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Muziek bestaat over het algemeen niet uit een aaneenschakeling van alleen maar noten. Muziek heeft af en toe ook rusten nodig. Hoe schrijven we die op?

Hele rust, halve rust, kwart rust

Zoals noten een tijdsduur hebben, kunnen ook rusten een tijdsduur hebben: er zijn korte en lange rusten.

De equivalenten van hele noot, halve noot en kwart noot zijn hele rust, halve rust en kwart rust.

Hele rust

De hele rust heeft, net als de hele noot, een duur van 4 tellen.

Je kunt een hele rust in een notenbalk als volgt noteren:

hele rust

Halve rust

De halve rust heeft, net als de halve noot, een duur van 2 tellen.

Je kunt een halve rust in een notenbalk als volgt noteren:

halve rust

Kwart rust

En, zoals je waarschijnlijk al vermoedde, heeft de kwart rust een duur van 1 tel (net zoals een kwart noot).

Hier zie je een kwart rust in een notenbalk:

kwart rust

Achtste rust, zestiende rust en meer

De achtste rust, met een duur van een halve tel, kun je als volgt noteren:

achtste rust

Voor kortere rusten dan de achtste rust kunnen we, net zoals we dat bij de nootduur deden, vlaggetjes toevoegen.

Dit is bijvoorbeeld de zestiende rust (met een duur van een kwart tel):

zestiende rust

En door meer vlaggen toe te voegen, kun je de tijdsduur van de rust nog korter maken.

Hieronder zie je de 32ste en 64ste rust (met tijdsduren van respectievelijk één achtste en één zestiende tel). Zulke korte rusten kom je niet erg vaak tegen.

32ste en 64ste rust

Voorbeelden

Om je een idee te geven van de rusten in een notenbalk, kijk en luister naar de volgende voorbeelden.

Alle geluidsfragmenten beginnen met 4 tellen van de metronoom voordat de muziek begint te spelen.

De voorbeelden beginnen makkelijk en worden steeds een beetje moeilijker.

Het eerste voorbeeld gebruikt hele rusten en noten en halve rusten en noten:

hele rust halve rust voorbeeld

Het 2de voorbeeld bevat ook halve en kwart rusten en noten:

halve rust kwart rust voorbeeld

En nu met ook achtste rusten en noten:

achtste rust voorbeeld

OK, tot nu toe gebruikte ik steeds de noot C. Laat ik vanaf nu ook de toonhoogte variëren.

Ik begin weer makkelijk: eerst met halve en kwart noten en rusten, nu dus echter wel met verschillende toonhoogtes. Probeer tijdens het luisteren naar de geluidsfragmenten niet alleen naar tijdsduren van noten en rusten te kijken, maar ook naar de toonhoogte.

De voorbeelden hieronder worden ook weer steeds iets moeilijker.

Voorbeeld 1:

(halve en kwart rusten en noten)

noten en rusten voorbeeld 1

Voorbeeld 2:

(nu ook achtste rusten en noten)

noten en rusten voorbeeld 2

Voorbeeld 3:

(Nu met noten die niet precies op de tel vallen)

noten en rusten voorbeeld 3

Het laatste voorbeeld is misschien wat lastiger te volgen, omdat niet alle noten precies gelijk met een tel beginnen, maar tussen 2 tellen in.

Je zou dit kunnen oplossen door een tel (dus een klik van de metronoom) in tweeën te delen. Dit kun je doen door bijvoorbeeld bij elke tel met je hand op je knie te slaan. In het midden tussen 2 tellen is je hand dan omhoog. Een noot die precies tussen 2 tellen valt, wordt dan dus gespeeld op het moment dat je hand de hoogste stand bereikt.

De volgende interactieve oefening zal je zeker helpen om beter te worden in het herkennen van en werken met noot- en rustduur.

Aanbevolen oefening

Rusten en noten.

Noten leren lezen – Nootduur : hele noot, halve noot, kwart noot en meer

Je kunt deze les als een video bekijken (hieronder), maar je kunt deze les onder de video ook gewoon lezen.
Voor de interactieve oefeningen die bij deze les horen, scroll helemaal naar beneden op deze pagina.

Nootduur (ook: nootwaarde) is belangrijk in muziek: een noot kan lang duren, kort duren of iets tussen kort en lang in.

Je kunt de duur van een noot meten in het aantal tellen dat een noot duurt, of in gedeelten van tellen (bijvoorbeeld een halve of kwart tel).

Maar, wat bedoelen we nu eigenlijk met een tel?

Als je met muziek meeklapt, gebeurt dat in de meeste gevallen op elke tel. Dit is misschien niet altijd en niet voor alle muziek het geval, maar voorlopig is dit genoeg om mee verder te werken bij de uitleg van nootduur.

Notatie van nootduur in de notenbalk

Hele noot, halve noot en kwart noot

De 3 meest fundamentele nootwaarden zijn de hele noot, de halve noot en de kwart noot.

  • Een hele noot duurt 4 tellen. Op een notenbalk kun je een hele noot weergeven door een open bolletje:

hele noot

  • Een halve noot duurt 2 tellen. Er gaan dus 2 halve noten in één hele noot. Op een notenbalk kun je een halve noot weergeven door een open bolletje met een stokje eraan:

halve noot

  • Een kwart noot duurt 1 tel. Er gaan dus 2 kwart noten in een halve noot, of 4 kwart noten in een hele noot. Op een notenbalk kun je een kwart noot weergeven door een dicht bolletje met een stokje eraan:

kwart noot

Om je een idee te geven van hoe dat allemaal werkt, heb ik hieronder een notenbalk weergegeven met een hele noot, een halve noot en 2 kwart noten (alle noten zijn een C, maar dat is nu niet zo belangrijk, het gaat nu even om nootduur en niet om de hoogte van een noot).

Meteen onder de notenbalk kun je luisteren hoe het klinkt.

In het geluidsfragment speelt een metronoom mee: deze laat bij elke tel een klik horen. Op deze manier kun je meetellen terwijl je het afspeelt.

Voordat de noten klinken, geeft de metronoom 4 klikken vooraf (dat wordt vaak in muziek gedaan).

hele noot halve noot kwart noot

De stok van een noot (de verticale lijn die een noot vastzit) kan omhoog staan (zoals in ons vorige voorbeeld), maar ook naar beneden staan.

Over het algemeen is de stok naar boven gericht voor noten die op de onderste helft van de notenbalk zitten, en omlaag gericht voor noten op de bovenste helft van de notenbalk.

noten stok omhoog en omlaag

Achtste noot en zestiende noot

Een achtste noot is de helft van een kwart noot. Er passen dus 2 achtste noten in een kwart noot, 4 achtste noten in een halve noot en 8 achtste noten in een hele noot.

De nootduur van een achtste noot is een halve tel.

Een achtste noot kun je opschrijven door een dicht bolletje met stok en een vlaggetje:

achtste noot

Een zestiende noot is weer de helft van een achtste noot en duurt dus een kwart tel (dus in één tel gaan 4 zestiende noten).  Je kunt een zestiende noot noteren met een extra vlaggetje:

zestiende noot

Als 2 of meer achtste of zestiende noten na elkaar worden gespeeld, dan kun je ze met elkaar verbinden en dus als volgt noteren:

verbonden noten

Combinaties van achtste en zestiende noten zijn ook mogelijk:

verbonden noten combinatie

Het lezen van achtste en zestiende noten is lastiger dan hele, halve en kwart noten, omdat het sneller gaat. Je moet dus goed ‘op je tellen passen’!

Kijk en luister naar het volgende voorbeeld. Tel mee met de metronoom en merk hoe er 2 achtste noten in één tel gaan en hoe er 4 zestiende noten in één tel gaan. De metronoom begint weer met 4 tellen voordat de noten beginnen te spelen.

kwart achtste zestiende noot

Andere nootduren

Door extra vlaggtjes toe te voegen, kun je nog kortere nootduren maken: een tweeëndertigste noot (8 in één tel), een vierenzestigste noot (16 in één tel), enzovoort:

32ste en64ste noot

Je kunt een noot anderhalf keer zo lang maken door er een puntje achter te zetten:

  • 1 + ½ = 1 ½ tel:

kwart noot met punt

  • 2 + 1 = 3 tellen:

halve noot met punt

  • ½ + ¼ = ¾ tel:

achtste noot met punt

Opmerking: Een ¾ tel-noot die door een zestiende noot (dus ¼ tel) wordt gevolgd, kun je als volgt opschrijven:

achtste noot met punt plus zestiende noot

Samen duren die 2 noten dus precies 1 tel.

Kijk en luister maar eens naar het volgende voorbeeld. Zoals gewoonlijk begint de metronoom met 4 tellen.

noten met punten

En als je nu eens een noot wilt die 2 ½ tel duurt? Hoe moet je die opschrijven?

Je kunt dit doen door een halve noot (2 tellen) en een achtste noot ( ½ tel) met elkaar te verbinden:

noten met elkaar verbonden

Je kunt de opgedane kennis in deze les oefenen met de onderstaande interactieve oefeningen. De eerste oefening is nog niet zo moeilijk, de tweede iets lastiger (doe ze daarom in de aangegeven volgorde).

Aanbevolen oefeningen

Hele noot, halve noot, kwart noot. Kies de juiste notenbalk bij het geluidsfragment.

Halve noot, kwart noot, achtste noot. Kies de juiste notenbalk bij het geluidsfragment.

1 2 3